Eiseres werd verplicht deel te nemen aan een onderzoek naar haar rijvaardigheid na een aanrijding waarbij zij betrokken was. Zij meldde zich af voor de eerste afspraak met een doktersverklaring, maar verscheen zonder afmelding niet bij de tweede afspraak. Verweerder verklaarde daarop haar rijbewijs ongeldig wegens onvoldoende medewerking.
Eiseres voerde in beroep aan dat zij onterecht werd gestraft omdat zij in de strafzaak vrijgesproken was en dat zij op de dag van het onderzoek door migraine niet kon verschijnen. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een verschoonbare reden voor het niet verschijnen vaststaat en dat de medische stukken onvoldoende aannemelijk maken dat zij op die dag niet kon deelnemen.
De rechtbank benadrukte dat het strafrechtelijke oordeel over schuld aan het ongeval losstaat van de bestuursrechtelijke beoordeling van rijvaardigheid. Gezien de wettelijke verplichting tot ongeldigverklaring bij niet-medewerking was het besluit van verweerder terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.