ECLI:NL:RBDHA:2025:25109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na vrijwillig vertrek asielzoeker
Verzoekster heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie. Dit beroep is op 29 juli 2025 ingetrokken nadat verzoekster op 7 juli 2025 vrijwillig Nederland heeft verlaten via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Hierbij heeft zij verklaard dat openstaande verblijfsprocedures worden beëindigd.
De rechtbank heeft de minister de gelegenheid gegeven te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding. De minister stelde zich op het standpunt dat door het vrijwillige vertrek van verzoekster geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen, en verzette zich tegen een proceskostenveroordeling.
De rechtbank overwoog dat het intrekken van het beroep door verzoekster zelf betekent dat er geen tegemoetkomen door de minister is. Hierdoor is het verzoek om proceskostenvergoeding niet toewijsbaar. De rechtbank heeft daarom het verzoek afgewezen zonder inhoudelijk te toetsen of het beroep terecht was ingesteld.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, en is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verzoekster zelf het beroep heeft ingetrokken na vrijwillig vertrek.