Eiser heeft asiel aangevraagd vanwege vermeende vervolging in Marokko wegens mensensmokkel en vreest mishandeling door families van slachtoffers van een bootramp. De minister heeft de aanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de beschuldiging en het ontbreken van concrete bewijsstukken.
De rechtbank bevestigt dat het door eiser overgelegde stuk onvoldoende duidelijkheid biedt over de aard van de strafrechtelijke vervolging en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko geen veilig land van herkomst is. De minister heeft terecht geoordeeld dat de beschuldiging van mensensmokkel niet geloofwaardig is, mede omdat eiser geen samenhangend en onderbouwd verhaal heeft gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een verblijfsvergunning af. Tevens krijgt eiser geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier D.G. van den Berg op 20 februari 2025 te Groningen.