ECLI:NL:RBDHA:2025:2506

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
NL24.50150
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verdrag betreffende de status van vluchtelingenVerdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige beschuldiging mensensmokkel en veilig land van herkomst

Eiser heeft asiel aangevraagd vanwege vermeende vervolging in Marokko wegens mensensmokkel en vreest mishandeling door families van slachtoffers van een bootramp. De minister heeft de aanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de beschuldiging en het ontbreken van concrete bewijsstukken.

De rechtbank bevestigt dat het door eiser overgelegde stuk onvoldoende duidelijkheid biedt over de aard van de strafrechtelijke vervolging en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko geen veilig land van herkomst is. De minister heeft terecht geoordeeld dat de beschuldiging van mensensmokkel niet geloofwaardig is, mede omdat eiser geen samenhangend en onderbouwd verhaal heeft gegeven.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een verblijfsvergunning af. Tevens krijgt eiser geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier D.G. van den Berg op 20 februari 2025 te Groningen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50150

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], eiser,

(gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. K. Jansen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing
van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 8 september 2024 een aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft bij besluit van 11 december 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond en aan eiser een terugkeerbesluit met inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Ook heeft eiser verzocht om een voorlopige voorziening. Hierop wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit op 18 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiser en de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag aan de hand van de
beroepsgronden van eiser.
3. Het beroep is ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij Marokko heeft verlaten vanwege problemen met justitie en armoede. Eiser is - via een mensensmokkelaar - vanuit Libië per boot overgestoken naar Italië. Bij de oversteek is de boot waar eiser met 300 andere mensen op zat gekapseisd en 160 mensen zijn verdronken, waaronder de groep mensen die met eiser was meegereisd vanuit Marokko. De families van deze mensen hebben aangifte gedaan tegen eiser vanwege mensensmokkel. Daarom vreest eiser veroordeeld te worden vanwege mensensmokkel en eiser vreest door deze families mishandeld of gedood te worden.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Eiser wordt beschuldigd van mensensmokkel door de families van de mensen die zijn omgekomen op zee.
De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Dat eiser wordt beschuldigd van mensensmokkel door de families van de mensen die zijn omgekomen op zee is niet geloofwaardig.
5.1.
De minister heeft hiertoe overwogen dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten en dat eiser hier geen goede verklaring heeft kunnen geven. Bovendien vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel.
5.2.
De problemen met justitie en de armoede van eiser worden door de minister niet aangemerkt als asielmotieven. Uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij de aan hem opgelegde straffen voor commune delicten al heeft uitgezeten en bovendien verklaart eiser dat hij zijn problemen in Marokko zelf had kunnen oplossen. Armoede is volgens de minister bovendien een economisch motief en heeft daarom geen raakvlakken met het Verdrag [1] of artikel 3 EVRM Pro. [2]
Strafvervolging in Marokko
6. Eiser heeft in beroep een stuk overgelegd ter onderbouwing van zijn claim dat hij in Marokko strafrechtelijk vervolgd wordt voor hetgeen gebeurd is met de gekapseisde boot. Daarbij wordt opgemerkt dat het niet ondenkbaar is dat de wettelijke waarborgen die eiser moeten beschermen tegen schendingen van rechten en vrijheden niet worden nageleefd nu eiser geen gehoor heeft gegeven aan deze oproep. Eiser stelt dan ook dat zijn tweede asielmotief ten onrechte ongeloofwaardig wordt geacht. In het geval van eiser kan Marokko niet worden beschouwd als een veilig land van herkomst.
6.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat niet is gebleken dat eiser inmiddels in het bezit is van een origineel document en dat uit het stuk niet blijkt waarvoor eiser dient te verschijnen voor het gerechtshof. Niet kan worden uitgesloten dat de oproep ziet op heel andere omstandigheden die de minister niet bekend zijn. Het stuk heeft dan ook geen gevolgen voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Omdat het asielrelaas ongeloofwaardig wordt geacht komt de minister niet toe aan de vraag of in het geval van eiser een uitzondering moet worden gemaakt op het algemene rechtsvermoeden dat Marokko kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst. Ten overvloede wordt in dit kader opgemerkt dat, mocht eiser al aannemelijk hebben gemaakt strafrechtelijk vervolgd te worden, hij er niet in geslaagd is concreet aannemelijk te maken dat in zijn geval geen wettelijke waarborgen tegen schendingen van rechten en vrijheden worden geboden.
7. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde beschuldiging van mensensmokkel ongeloofwaardig is. Zoals ook de gemachtigde van eiser ter zitting heeft erkend, blijkt uit het door eiser in beroep overgelegde stuk niet waarvoor eiser voor het gerechtshof moet verschijnen en of hij strafrechtelijk vervolgd wordt. In dit licht bezien heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat het overgelegde stuk geen ander licht werpt op de ongeloofwaardigheid van de beschuldiging van mensensmokkel. Verweerder heeft nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een strafrechtelijke vervolging terecht gesteld dat aangenomen moet worden dat Marokko voor hem kan worden aangemerkt als een veilig land van herkomst.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
9. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
2.Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.