ECLI:NL:RBDHA:2025:25059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM in ontnemingsvordering wegens vernietiging bedrijfsadministratie
De rechtbank Den Haag behandelde de ontnemingsvordering van het openbaar ministerie tegen de veroordeelde B.V. De vordering betrof een bedrag van €347.242,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Tijdens de procedure stelde de verdediging dat niet alle inkomsten crimineel waren en dat door vernietiging van de originele bedrijfsadministratie een fundamentele schending van de verdedigingsrechten was ontstaan.
De rechtbank constateerde dat de originele administratie grotendeels was vernietigd, wat in strijd was met wettelijke voorschriften en leidde tot een onherstelbaar vormverzuim. Hierdoor kon de verdediging geen deugdelijk verweer voeren tegen de ontnemingsvordering. Hoewel het openbaar ministerie zich baseerde op digitale kopieën, was het onduidelijk of deze volledig en betrouwbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat het recht op een eerlijk proces van de veroordeelde ernstig was geschonden en dat de zwaarste sanctie, namelijk niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering, passend was. De rechtbank gaf geen gelegenheid tot nader onderzoek naar ontbrekende administratie vanwege het verstreken tijdsverloop en wettelijke bewaartermijnen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vernietiging van de originele bedrijfsadministratie.