ECLI:NL:RBDHA:2025:25059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in ontnemingsvordering wegens vernietiging van bedrijfsadministratie
Op 12 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een ontnemingsprocedure tegen de veroordeelde [veroordeelde] B.V. Het openbaar ministerie had een vordering ingediend om het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 347.242,- te schatten en de veroordeelde te verplichten dit bedrag aan de staat te betalen. De verdediging stelde echter dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de ontnemingsvordering, omdat de originele bedrijfsadministratie van de veroordeelde en een medeveroordeelde B.V. was vernietigd. Dit vormverzuim zou de verdediging ernstig in haar rechten schenden, waardoor een eerlijk proces niet meer mogelijk was.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de vernietiging van de originele administratie in strijd was met de wet en dat dit een onherstelbaar vormverzuim opleverde. De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie zich bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel had gebaseerd op digitale administratie, maar dat deze niet verifieerbaar was zonder de originele papieren administratie. De rechtbank concludeerde dat de verdediging niet in staat was om adequaat verweer te voeren, wat leidde tot een schending van het recht op een eerlijk proces.
Uiteindelijk heeft de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat de vernietiging van de originele administratie aan het openbaar ministerie was toe te rekenen en de belangen van de veroordeelde ernstig waren veronachtzaamd.