AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Herstelvonnis wegens kennelijke verschrijving in partijnaam in intellectueel-eigendomsrechtelijke zaak
In deze civiele bodemzaak tussen de rechtspersoon naar buitenlands recht DMC en gedaagde partijen is op 19 februari 2025 een herstelvonnis gewezen ter correctie van een kennelijke verschrijving in het vonnis van 29 januari 2025. De rechtbank herstelt de fout in rechtsoverweging 4.65 waarbij abusievelijk de namen van partijen door elkaar waren gehaald.
Daarnaast verzocht DMC om vermelding van de aanwezigen op de zitting en de behandelend advocaten in het vonnis. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat er geen wettelijke verplichting bestaat om deze informatie op te nemen. De namen van de advocaten die partijen vertegenwoordigen zijn immers al vermeld conform artikel 230 lid 1 onderPro a Rv.
De rechtbank bepaalt dat de correctie wordt toegevoegd aan de minuut van het oorspronkelijke vonnis en legt partijen op om de grosse of het afschrift van het vonnis na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie te retourneren. Het verzoek tot wijziging van het vonnis wordt voor het overige afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank herstelt een kennelijke verschrijving in de partijnaam in het vonnis van 29 januari 2025 en wijst het verzoek tot vermelding van aanwezigen op de zitting af.
Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
Team handel
Zaaknummer: C/09/662433 / HA ZA 24-220
Herstelvonnis van 19 februari 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
DELOREAN MOTOR COMPANY,
te Humble, Texas (Verenigde Staten),
eisende partij,
hierna te noemen: DMC,
advocaat: mr. S.C. Brinkhuis,
tegen
1.[gedaagde partij, sub 1] ,
te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),
hierna te noemen: [gedaagde partij, sub 1] , 2. [Bedrijfsnaam 1] B.V.,
te [vestigingsplaats] (gemeente [gemeente] ),
hierna te noemen: [Bedrijfsnaam 2] B.V.,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde partij, sub 1] c.s. (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. P.J. de Groen.
1.Het verzoek tot verbetering
1.1.
Bij e-mail van 13 februari 2025 heeft DMC aan de rechtbank verzocht om verbetering van het op 29 januari 2025 in deze zaak door haar gewezen vonnis. Volgens DMC staat in rechtsoverweging 4.65 van het vonnis een kennelijke verschrijving in de volgende zin: " Ook voor zover DMC een beroep doet op rechtsverwerking faalt dit." In plaats van " DMC" dient hier " [gedaagde partij, sub 1] c.s." te staan. Tevens is er volgens DMC sprake van een omissie in het vonnis, nu de aanwezigen op de zitting en de (beide) behandelend advocaten niet zijn vermeld.
1.2.
De rechtbank heeft [gedaagde partij, sub 1] c.s. in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
1.3.
Bij e-mail van 13 februari 2025 heeft (de advocaat van) [gedaagde partij, sub 1] c.s. opgemerkt geen bezwaar te hebben tegen de verzochte wijziging en toevoeging.
2.De beoordeling
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat in rechtsoverweging 4.65 van het vonnis van 29 januari 2025 sprake is van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 RvPro [1] die zich voor eenvoudig herstel leent. In de door DMC bedoelde zin zijn immers abusievelijk de namen van partijen door elkaar gehaald. De rechtbank zal het verzoek op dit punt dan ook toewijzen zoals hierna in de beslissing is weergegeven.
2.2.
Het verzoek tot vermelding in het vonnis van de aanwezigen op de zitting en de (beide) behandelend advocaten wordt afgewezen. Er is geen wettelijke verplichting om die informatie in een vonnis op te nemen. Artikel 230 lid 1 onderPro a Rv schrijft weliswaar voor dat het vonnis de namen van de advocaten van partijen dient te vermelden, maar het gaat daarbij om de voor partijen gestelde advocaten. Die informatie is in het vonnis van 29 januari 2025 opgenomen. Van een omissie in het vonnis, zoals door DMC betoogd, is dan ook geen sprake.
3.De beslissing
3.1.
bepaalt dat rechtsoverweging 4.65 van het op 29 januari 2025 tussen DMC en [gedaagde partij, sub 1] c.s. gewezen vonnis, waar staat
"Ook voor zover DMC een beroep doet op rechtsverwerking faalt dit."
wordt gewijzigd in
"Ook voor zover [gedaagde partij, sub 1] c.s. een beroep doet op rechtsverwerking faalt dit.";
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 19 februari 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 29 januari 2025;
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 29 januari 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren;
3.4.
wijst het verzoek tot wijziging van het vonnis van 29 januari 2025 voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025.