ECLI:NL:RBDHA:2025:24987
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid oproep reservistendienst en onvoldoende onderbouwing familieband
Eiser, een Azerbeidzjaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel. Hij stelde dat hij vanwege een oproep voor reservistendienst en vervolging in Azerbeidzjan bescherming nodig had. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser niet voldeed aan de vereisten van artikel 31, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, met name vanwege het ontbreken van bewijsstukken en tegenstrijdigheden in zijn verhaal.
De rechtbank toetste terughoudend de geloofwaardigheid van de beoordeling door verweerder. Zij oordeelde dat eiser onvoldoende inspanningen had geleverd om de oproep voor reservistendienst aan te tonen, dat zijn verklaringen niet aannemelijk waren in het licht van het Algemeen Ambtsbericht Azerbeidzjan en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij vervolgd werd. Ook was het onlogisch dat eiser legaal kon uitreizen ondanks een uitreisverbod, en zijn verklaring hierover was summier.
Daarnaast faalde eiser in het onderbouwen van zijn familierechtelijke relatie met zijn gestelde vader, waardoor geen belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro kon plaatsvinden. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.