ECLI:NL:RBDHA:2025:24960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM in ontnemingsvordering wegens vernietiging bedrijfsadministratie
De rechtbank Den Haag behandelde de ontnemingsvordering van het openbaar ministerie tegen de veroordeelde, waarbij het OM een bedrag van €476.544,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel wilde vaststellen en ontnemen.
Tijdens de procedure stelde de verdediging dat de originele fysieke bedrijfsadministratie van de medeveroordeelde ondernemingen grotendeels was vernietigd door de politie, wat een onherstelbaar vormverzuim opleverde. Hierdoor kon de verdediging niet meer aantonen welke inkomsten legaal waren verkregen, wat het recht op een eerlijk proces schond. Het OM stelde dat een kopie van de administratie beschikbaar was en dat de ontnemingsvordering grotendeels op digitale gegevens was gebaseerd.
De rechtbank oordeelde dat de vernietiging van de originele administratie in strijd was met wettelijke voorschriften en dat het ontbreken van deze administratie het onmogelijk maakte om de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel te verifiëren. De kopieën waren onvoldoende compensatie, mede omdat onduidelijk was of deze compleet waren. Het OM kreeg geen gelegenheid meer om aanvullend onderzoek te doen naar mogelijke digitale kopieën bij de boekhouder.
Gelet op de grove veronachtzaming van de belangen van de veroordeelde en de schending van het recht op een eerlijk proces, verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vernietiging van de originele bedrijfsadministratie.