ECLI:NL:RBDHA:2025:24947
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende gemotiveerd standpunt over veiligheidssituatie Syrië
Eiseres, een Syrische asielzoekster, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister baseerde zijn afwijzing op een gewijzigde veiligheidsinschatting na de val van Assad, waarbij hij stelde dat Syriërs niet per definitie een reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer die oordeelde dat het standpunt van de minister over de veiligheidssituatie in Syrië onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank onderschrijft deze conclusie en stelt dat zonder een goed gemotiveerd standpunt niet kan worden vastgesteld of eiseres een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer.
Omdat het standpunt over de veiligheidssituatie onvoldoende is onderbouwd, kan de rechtbank ook niet beoordelen welke individuele omstandigheden nodig zijn om tot een reëel risico te komen. Daarom komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de overige beroepsgronden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerd standpunt over de veiligheidssituatie in Syrië.