Eiseres, afkomstig uit Liberia, verzocht asiel wegens mishandeling, bedreiging met besnijdenis en uithuwelijking door haar oom, en verkrachting. Na vertrek via Tunesië en Italië kwam zij in Nederland aan. Verweerder wees de aanvraag af, oordelend dat geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer bestond.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het besluit onzorgvuldig heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd, met name ten aanzien van het gendergerelateerd geweld. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met recente jurisprudentie en beleidsregels over specifieke sociale groepen en de positie van vrouwen in Liberia.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geloofwaardig heeft gemaakt dat zij ernstige mishandeling en bedreigingen heeft ondervonden, en dat zij onvoldoende bescherming van autoriteiten kreeg. Verweerder had nader onderzoek moeten doen naar het risico op herhaling van vervolging en ernstige schade.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen een gestelde termijn, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.