ECLI:NL:RBDHA:2025:24944

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
AWB - 25 _ 1309
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen aanslag leges en verplichting tot indienen van op de zaak betrekking hebbende stukken

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een aanslag leges van de gemeente Leiden. Eiseres, wonende te [woonplaats], had bezwaar gemaakt tegen de aanslag die op 13 januari 2025 was opgelegd. Tijdens de zitting op 11 november 2025 is eiseres verschenen, terwijl de verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Leiden, zich liet vertegenwoordigen door [naam]. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder niet heeft voldaan aan de verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen, zoals voorgeschreven in artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank om deze stukken te overleggen, heeft verweerder slechts een deel van de benodigde documenten ingediend. Hierdoor kon de rechtbank de zaak niet inhoudelijk beoordelen. De rechtbank heeft daarom het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de aanslag vernietigd, en verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van € 53 aan eiseres te vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Den Haag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 25/1309

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

25 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Leiden, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 13 januari 2025 op het bezwaar van eiseres tegen de aanslag leges (de aanslag).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2025.
Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam].

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar en de aanslag;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53 aan eiseres te vergoeden.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:42 van de Algemene wet inzake bestuursrecht (Awb) is verweerder verplicht de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen aan de rechter. Ingevolge artikel 8:31 van de Awb kan de rechtbank indien een partij niet voldoet aan de verplichting stukken over te leggen daaruit de gevolgtrekkingen maken die haar geraden voorkomen.
2. De rechtbank heeft verweerder op 15 mei 2025 verzocht om binnen vier weken na datum bericht de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. In het bericht is verzocht
“- alle aan het bestreden besluit voorafgaande stukken in te dienen, inclusief
de al bij het beroepschrift overgelegde stukken;
- indien van toepassing – de bijzondere regelgeving in te dienen die op deze
zaak betrekking heeft, dan wel aan te geven waar deze is gepubliceerd;
- de lagere regelgeving (met toelichting), beleidsregels en delegatie- of
mandaatregelingen of besluiten in te dienen die in deze procedure zijn
toegepast;
- als het primaire of het bestreden besluit is genomen met toepassing van
delegatie- of mandaatregeling(en) aan te geven op welke wettelijke
bepalingen of op welke artikelen uit de delegatie- of mandaatregeling(en)
deze bevoegdheid steunt;
- de stukken te nummeren;
- een inventarislijst bij te voegen;
- aan te geven of er volgens u sprake is van een belanghebbende en zo ja,
de volledige naam- en adresgegevens van de belanghebbende te
vermelden.
Bij het uitblijven van een reactie zal de rechtbank daaraan de gevolgen
verbinden die haar geraden voorkomen.”
De rechtbank heeft op 17 juni 2025 een rappel verzonden en hierin verweerder verzocht om uiterlijk 1 juli 2025 te reageren.
3. Op 18 augustus 2025 heeft verweerder aangegeven geen toegang te hebben tot het beroepschrift in het digitale dossier van deze zaak. Vanaf 1 september 2025 is toegang tot het gehele dossier verleend. Op 5 september 2025 is hij er wederom op gewezen dat hij de op de zaak betrekking hebbende stukken hoort in te dienen.
4. Verweerder heeft op 1 september 2025 enkel de beslissing op bezwaar van 13 januari 2025 met betrekking tot de aanslag leges met [aanslagnummer] aan het digitale dossier toegevoegd. De stelling van verweerder ter zitting dat het beroep ziet op niet tijdig beslissen, is niet juist aangezien tot de gedingstukken een brief van eiseres met dagtekening 8 februari 2025 behoort welke inhoudelijk een beroepschrift betreft met betrekking tot de hiervoor genoemde aanslag ([aanslagnummer]). De bestreden beslissing op bezwaar van 13 januari 2025 is daarbij gevoegd. Weliswaar is het dossier van onderhavige zaak rommelig, dit ontslaat verweerder niet van zijn verplichting de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. Die verplichting geldt overigens ook als sprake zou zijn geweest van een beroep wegens niet tijdig beslissen.
5. Nu verweerder heeft nagelaten – na genoegzaam daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld – alle op deze zaak betrekking hebbende stukken in te dienen, kan de rechtbank de zaak niet inhoudelijk beoordelen. Dit komt voor rekening van verweerder. De rechtbank zal daarom, doen wat haar geraden voorkomt, het beroep gegrond verklaren en de aanslag vernietigen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.M. Schillings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).