ECLI:NL:RBDHA:2025:24929
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel COA
Eiser heeft twee beroepen ingesteld tegen besluiten van 4 september 2025: het plaatsingsbesluit van het COA om hem in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen te plaatsen en een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser voerde aan dat de inhoudelijke weergave in het plaatsingsbesluit onjuist was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder stress gerelateerd aan de oorlogssituatie in Gaza.
De rechtbank constateert dat eiser zijn beroepsgronden onvoldoende heeft onderbouwd. Er is geen nadere toelichting gegeven op de vermeende onjuistheden in het plaatsingsbesluit, noch is de psychische gesteldheid van eiser concreet aangetoond. Het GZA had bovendien al op 7 januari 2025 akkoord gegeven voor de plaatsing in de HTL. Daarnaast heeft eiser geen zelfstandige beroepsgronden ingediend tegen de vrijheidsbeperkende maatregel.
De rechtbank concludeert dat de beroepen ongegrond zijn, waardoor het COA en de minister de genomen besluiten mochten nemen. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.