ECLI:NL:RBDHA:2025:24923
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor aanvraag paspoort en reizen van minderjarige die door vader is achtergelaten in het buitenland
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 14 oktober 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een moeder en een vader met betrekking tot de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats]. De moeder heeft de vader aangeklaagd omdat hij haar en de minderjarige afgelopen zomer in Syrië heeft achtergelaten. De vader is niet verschenen op de zitting en er is verstek verleend. De moeder vordert vervangende toestemming om een paspoort aan te vragen voor de minderjarige en om met haar te reizen van Syrië naar Nederland. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de vader na zijn terugkeer in Nederland in voorlopige hechtenis is genomen op verdenking van onttrekking van de minderjarige aan het gezag. De vader heeft verklaard dat hij niet van plan is om het uitreisverbod voor de minderjarige op te heffen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de moeder als gezaghebbende ouder belang heeft bij het verkrijgen van een paspoort voor de minderjarige, zodat zij haar kan meenemen naar Nederland. De voorzieningenrechter heeft de moeder vervangende toestemming verleend voor de aanvraag van een paspoort en voor de reis van Syrië naar Nederland. Tevens is de minderjarige voorlopig aan de moeder toevertrouwd. De vordering om dit met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen is afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, aangezien partijen echtelieden zijn.