ECLI:NL:RBDHA:2025:24919

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/09/687888 / FA RK 25-5011
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gezag en zorgregeling na scheiding van ouders met minderjarig kind

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 10 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen de vader en de moeder van een minderjarig kind. De vader heeft verzocht om mede belast te worden met het gezag over hun kind, terwijl de moeder verweer heeft gevoerd. Tijdens de zitting is gebleken dat de verstandhouding tussen de ouders is verbeterd en zij hebben afspraken gemaakt over de omgang en kinderalimentatie. De rechtbank heeft vastgesteld dat het in het belang van het kind is dat beide ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. De hoofdverblijfplaats van het kind is bij de moeder, en er is een zorgregeling vastgesteld waarbij het kind ook tijd doorbrengt bij de vader. De vader is verplicht om een kinderalimentatie van € 400,- per maand te betalen aan de moeder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de rechtbank heeft het meer of anders verzochte afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 25-5011 (bodemzaak) / FA RK 25-5035 (artikel 223 Rv)
Zaaknummers: C/09/687888 (bodemzaak) / C/09/687928 (artikel 223 Rv)
Datum beschikking: 10 oktober 2025
Gezag, hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie en voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv

Beschikking op het op 2 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.A. Hoste te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift van de zijde van de vader, ingekomen op 2 juli 2025;
  • het bericht van 23 juli 2025, met bijlage, van de zijde van de vader;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de zijde van de moeder, ingekomen op 8 september 2025.
Op 12 september 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, alsmede mevrouw
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vader strekt ertoe dat:
in de bodemprocedure:
- de vader mede wordt belast met het gezag over [de minderjarige] ;
- de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder wordt bepaald;
- een zorgregeling wordt vastgesteld, inhoudende dat [de minderjarige] bij de vader verblijft gedurende de helft van de tijd met als wisselmoment maandagmiddag uit school, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, in overleg nader te bepalen;

bij wijze van voorlopige voorziening:

- een omgangsregeling wordt vastgesteld, inhoudende dat [de minderjarige] bij de vader verblijft gedurende de helft van de tijd met als wisselmoment maandagmiddag uit school, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, in overleg nader te bepalen,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig:
  • voor het geval de vader mede wordt belast met het gezag over [de minderjarige] : de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder te bepalen;
  • een omgangsregeling vast te stellen, inhoudende dat [de minderjarige] bij de vader verblijft elke week van woensdag 16.00 uur tot donderdag naar school en om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school, waarbij geldt dat de vader [de minderjarige] haalt en brengt;
  • met ingang van 8 september 2025 een door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie van € 613,- per maand vast te stellen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen,
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv
Op grond van het eerste lid van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.
Nu de rechtbank in de bodemprocedure een beslissing neemt over hetzelfde onderwerp als in de voorlopige voorzieningenprocedure, zal de rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen bij gebrek aan belang.
Bodemzaak
Gezag
De vader verzoekt hem mede te belasten met het gezag over [de minderjarige] . De moeder stelt zich op het standpunt dat het verzoek van de vader moet worden afgewezen.
Op de zitting is gebleken dat de verstandhouding tussen de ouders de afgelopen periode enorm is verbeterd. Partijen hebben veel contact met elkaar en zijn er zonder hulp van hun advocaten in geslaagd om afspraken te maken over de omgang tussen de vader en [de minderjarige] en over de kinderalimentatie. Zij zijn het er ook over eens dat zij samen een ouderschapsbemiddelingstraject zullen gaan volgen. Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van de rechtbank geen enkele reden om de vader het gezag over [de minderjarige] te onthouden. In dit kader benadrukt de rechtbank dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen en dat daarvan slechts kan worden afgeweken als het gevaar bestaat dat het kind in geval van gezamenlijk gezag klem of verloren zal raken tussen de ouders of als er andere gronden aanwezig zijn die meebrengen dat het in het belang van het kind noodzakelijk is dat het eenhoofdig gezag van de moeder wordt gecontinueerd. Deze gronden doen zich in dit geval niet voor.
Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank bepalen dat voortaan aan de ouders gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] zal toekomen.
Hoofdverblijfplaats
Partijen zijn het erover eens dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben. De verzoeken daartoe zullen dan ook worden toegewezen.
Zorgregeling
Vóór de zitting hebben partijen met elkaar afgesproken dat de door de moeder verzochte zorgregeling zal gelden. De rechtbank zal deze regeling vaststellen.
Kinderalimentatie
Vóór de zitting hebben partijen zonder advies van hun advocaten met elkaar afgesproken dat de vader aan de moeder een kinderalimentatie zal betalen van € 400,- per maand. Partijen hebben verzocht deze afspraak in de beschikking op te nemen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat [de minderjarige] de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
bepaalt dat [de minderjarige] bij de vader zal verblijven:
  • elke week van woensdag 16.00 uur tot donderdag naar school en om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school, waarbij geldt dat de vader [de minderjarige] haalt en brengt,
  • de helft van de vakanties en feestdagen;
bepaalt dat de vader een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 400,- per maand aan de moeder zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2025.