ECLI:NL:RBDHA:2025:24847
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf op basis van onvoldoende bewijs van duurzame relatie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie op 20 februari 2024, en het bezwaar daartegen werd op 24 april 2025 eveneens afgewezen. Eiseres, geboren in 1999 en van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een mvv op basis van een relatie met haar referent, die zij als haar partner beschouwt. De rechtbank heeft op 27 november 2025 de zaak behandeld, waarbij zowel de gemachtigde van eiseres als die van verweerder aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de minister op goede gronden heeft geconcludeerd dat er geen gezinsleven is in de zin van artikel 8 van het EVRM, omdat eiseres niet heeft aangetoond dat zij een duurzame en exclusieve relatie heeft die gelijk is te stellen met een huwelijk. De rechtbank wijst erop dat de overgelegde bewijsstukken, zoals whatsappgesprekken en foto’s, onvoldoende zijn om de relatie te onderbouwen. Eiseres had ook geen verklaringen van familieleden overgelegd ter ondersteuning van haar claims. De rechtbank concludeert dat de hoorplicht niet is geschonden, aangezien de referent wel is gehoord in de bezwaarfase. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.