ECLI:NL:RBDHA:2025:24809
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ROV-plaatsingen bij COA wegens veiligheidsbelang
Verzoeker, een asielzoeker van Soedanese nationaliteit, verbleef sinds juli 2025 in de HTL en werd meerdere malen in de ROV-kamer geplaatst vanwege opgelegde ROV-maatregelen. Hij maakte bezwaar tegen deze vrijheidsbeperkende maatregelen en verzocht gelijktijdig om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang had vanwege de langdurige vrijheidsbeperking en de psychische klachten die hij ondervond. Ondanks begrip voor zijn situatie en het feit dat behandeltrajecten waren beëindigd wegens gebrek aan medewerking of complexiteit, woog het belang van het COA zwaarder.
Het COA stelde dat de ROV-plaatsingen noodzakelijk waren ter bescherming van de veiligheid van medewerkers en andere bewoners van de HTL, mede gezien de door verzoeker veroorzaakte incidenten. Verzoeker werkte niet mee aan alternatieve opties met een minder streng regime. De voorzieningenrechter concludeerde daarom dat het belang van het COA prevaleert en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in de bodemprocedure. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ROV-plaatsingen is afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het veiligheidsbelang van het COA.