ECLI:NL:RBDHA:2025:24809

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
AWB 25-22917
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RvaArt. 11 RvaArt. 56 VwArt. 8:81 lid 1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen ROV-plaatsingen bij COA wegens veiligheidsbelang

Verzoeker, een asielzoeker van Soedanese nationaliteit, verbleef sinds juli 2025 in de HTL en werd meerdere malen in de ROV-kamer geplaatst vanwege opgelegde ROV-maatregelen. Hij maakte bezwaar tegen deze vrijheidsbeperkende maatregelen en verzocht gelijktijdig om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang had vanwege de langdurige vrijheidsbeperking en de psychische klachten die hij ondervond. Ondanks begrip voor zijn situatie en het feit dat behandeltrajecten waren beëindigd wegens gebrek aan medewerking of complexiteit, woog het belang van het COA zwaarder.

Het COA stelde dat de ROV-plaatsingen noodzakelijk waren ter bescherming van de veiligheid van medewerkers en andere bewoners van de HTL, mede gezien de door verzoeker veroorzaakte incidenten. Verzoeker werkte niet mee aan alternatieve opties met een minder streng regime. De voorzieningenrechter concludeerde daarom dat het belang van het COA prevaleert en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.

De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in de bodemprocedure. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ROV-plaatsingen is afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het veiligheidsbelang van het COA.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/22917

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 december 2025 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Soedanese nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. F.W. Verbaas),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker over de besluiten van het COa van 14 november 2025 en 1 december 2025.
Bij besluit van 14 november 2025 heeft het COa besloten om verzoeker per 30 november 2025 op grond van artikelen 10 en 11 van de Rva [1] een ROV [2] 07-maatregel, de plaatsing in de ROV-ruimte en het inhouden van de Rva-verstrekkingen voor de duur van vier weken, op te leggen.
2.1.
Bij besluit van 1 december 2025 heeft het COa besloten om verzoeker per 29 december 2025 op grond van de artikelen 10 en 11 Rva een ROV 06-maatregel, de plaatsing in de ROV-ruimte en het inhouden van de Rva-verstrekkingen voor de duur van twee weken, op te leggen.
2.2.
Verzoeker heeft tegen de ROV-plaatsingen beroep [3] ingesteld en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het COa heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening, gelijktijdig met het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, [4] op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, bijgestaan door een tolk, zijn gemachtigde, de gemachtigde van het COa en de locatiemanager van de HTL. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt hij uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet.
Spoedeisend belang
4. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen in de bodemprocedure, als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. [5] De voorzieningenrechter dient daarbij eerst te beoordelen of sprake is van voldoende spoedeisendheid.
4.1.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft. Verzoeker verblijft sinds 29 juli 2025 in de HTL [6] . Inmiddels zit hij ongeveer twaalf weken aaneengesloten in de ROV-kamer vanwege meerdere opgelegde ROV-maatregelen. Gelet op deze omstandigheden en omdat plaatsing in de ROV-kamer een verdergaande beperking van de vrijheid van verzoeker betekent, is sprake van spoedeisend belang.
Belangenafweging
5. De voorzieningenrechter ziet zich vervolgens op basis van een belangenafweging voor de vraag gesteld of de ROV-plaatsing moet worden opgeschort totdat op het beroep is beslist.
6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat hij begrip heeft voor de situatie van verzoeker. Verzoeker zit inmiddels al ongeveer twaalf weken in de ROV-kamer. De plaatsing op de ROV-kamer valt verzoeker zeer zwaar. Daarnaast heeft verzoeker psychische klachten. De verschillende opgestarte behandeltrajecten zijn allemaal afgesloten, omdat verzoeker niet meewerkte of de zorginstelling de casus van verzoeker te complex vond. Op de zitting is ook gebleken dat verzoeker zelf niet achter de door de gemachtigde van verzoeker aangedragen optie van Veldzicht [7] staat. Toch vindt de voorzieningenrechter dat het belang van het COa in dit geval zwaarder weegt dan het belang van verzoeker. Het belang van het COa is namelijk het beschermen van de veiligheid van de medewerkers en de andere bewoners van de HTL. Gelet op de door verzoeker veroorzaakte incidenten vindt de voorzieningenrechter het belang van het COa zwaarder wegen. De voorzieningenrechter betrekt hierbij ook dat verzoeker niet meewerkt aan de door de COa geboden optie om te verhuizen naar een kamer met een minder streng regime. Alle belangen afwegend, zal de voorzieningenrechter het verzoek afwijzen.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.
2.Reglement onthouding verstrekkingen.
3.AWB 25/22915.
4.NL25.59003.
5.Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
6.Handhaving- en Toezichtlocatie.
7.Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht.