Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
“anders (…) niet goed te verklaren [is] dat Portobello […] heeft toegelaten dat [naam 1], ruim een jaar nadat de huur van de bedrijfsruimte en de gestelde bruikleenovereenkomst met betrekking tot de woonruimte waren geëindigd, een vordering in kort geding heeft ingesteld [tegen] [gedaagde], [w]aarmee (…) hij zich (nog steeds) [gedroeg] als een bevoegde huurder en Portobello (…) daarvan op de hoogte [was]”(2.5). Bovendien heeft de Huurcommissie in de uitspraak van 4 juli 2025 [naam 1] aangemerkt als de verhuurder van de woonruimte en heeft zij vastgesteld dat [naam 1] en [gedaagde] per 1 april 2021 een all-in prijs van € 650,- per maand zijn overeengekomen, wat ook een aanknopingspunt voor het gelijk van [gedaagde] op dit punt zou kunnen vormen.