Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 1 november 2024 een beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 22 januari 2024. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en gaf verweerder een beslistermijn van zestien weken om een besluit te nemen.
Op 21 mei 2025 stelde eiser opnieuw beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelde vast dat op dat moment de beslistermijn nog niet was verstreken, aangezien deze op 3 september 2025 zou eindigen. Hierdoor was het tweede beroep prematuur ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens prematuriteit en verklaarde het beroep dienovereenkomstig niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door rechter W.H. Bel en griffier A.S.J.I. Hendrickx op 18 december 2025.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.