Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [v-nummer], eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een betrokkene bij de Hirak Rif-beweging, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank had eerder een eerdere afwijzing vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. In het bestreden besluit werd de aanvraag opnieuw afgewezen en een terugkeerbesluit opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de identiteit en betrokkenheid van eiser bij de Hirak Rif-beweging vaststaan, maar dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de problemen met de autoriteiten onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. De minister motiveerde dat eiser niet heeft kunnen aantonen dat hij persoonlijk gevaar loopt bij terugkeer, mede omdat de Hirak-beweging sinds 2018 minder actief wordt onderdrukt.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende rekening hield met zijn rol, de bezoeken van politie aan zijn moeder, zijn contacten met een kopstuk van de beweging en bedreigingen via sociale media. De rechtbank vond de minister echter terecht kritisch op de geloofwaardigheid en samenhang van deze elementen en oordeelde dat de minister voldoende gemotiveerd heeft waarom eiser geen risico loopt op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om asiel af. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bevestigd.