ECLI:NL:RBDHA:2025:24620

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
20 december 2025
Zaaknummer
C/09/694088 / FA RK 25-8322
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een zorgmachtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan een betrokkene met psychische stoornissen

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 19 november 2025 een beschikking gegeven inzake een zorgmachtiging voor een betrokkene, geboren in 1972, die lijdt aan psychische stoornissen, waaronder schizofrenie en een autismespectrumstoornis. De officier van justitie had op 5 november 2025 een verzoek ingediend voor het verlenen van een zorgmachtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Tijdens de mondelinge behandeling op 19 november 2025 is de betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, en zijn er verschillende betrokkenen, waaronder een psychiater en de moeder van de betrokkene, aanwezig geweest.

De betrokkene heeft aangegeven dat hij wel zorg wil, maar niet de zorg die momenteel wordt aangeboden. Hij verzet zich tegen gedwongen zorg en stelt dat er mogelijkheden zijn voor zorg op vrijwillige basis. De psychiater heeft echter verklaard dat de betrokkene momenteel onderbehandeld is en dat zijn medicatie geen therapeutisch effect heeft. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene belangrijke documenten heeft vernietigd en dat hij afhankelijk is van zijn moeder voor zijn levensbehoeften. Er is vrees voor nieuwe agressie-incidenten, gezien zijn verleden met politie en justitie.

De rechtbank heeft geconcludeerd dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend, waarbij verschillende maatregelen zijn goedgekeurd, zoals het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid. De machtiging geldt tot en met 19 mei 2026. De beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, en is uitgesproken ter openbare zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/694088 / FA RK 25-8322
Datum beschikking: 19 november 2025

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 5 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 2 november 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 6 oktober 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 3 november 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. M.J. de Jongh, waarnemend voor de advocaat;
- de psychiater, mevrouw [naam 2];
- de moeder van betrokkene, mevrouw [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat hij graag zorg wil, maar niet de zorg die hem momenteel wordt aangeboden. Hij wil uitsluitend huishoudelijke en administratieve hulp, maar geen bewindvoerder. Volgens hem neemt hij zijn medicatie in en werkt deze goed. Hij wil geen andere medicatie. Betrokkene geeft aan zijn autonomie niet te willen verliezen en heeft zijn vertrouwen in de zorg verloren. De advocaat heeft toegelicht dat betrokkene zich verzet tegen gedwongen zorg. Hij stelt dat er nog wel mogelijkheden zijn voor zorg op vrijwillige basis, ook al verloopt het niet allemaal soepel. Daarnaast betwist de advocaat het ernstig nadeel. In de stukken wordt gesproken over ernstige schade door het niet innemen van medicatie, maar volgens de advocaat neemt betrokkene zijn medicatie in. Er is bovendien geen sprake van maatschappelijke teloorgang, omdat zijn thuissituatie goed is en hij ondersteuning krijgt van zijn moeder, wat volgens de advocaat juist een goed hulpnetwerk laat zien. Met betrekking tot het oproepen van agressie bij anderen merkt de advocaat op dat wordt verwezen naar een incident van 12 juli 2024, terwijl inmiddels anderhalf jaar is verstreken en sindsdien geen incidenten meer hebben plaatsgevonden. Hoewel betrokkene soms onvriendelijke e-mails stuurt, is het volgens de advocaat vergezocht om dit als aanleiding voor agressie te zien. Ook is er geen sprake van verwaarlozing, omdat zowel betrokkene als zijn woning er verzorgd uitzien. Met betrekking tot de financiële schade geeft de advocaat aan dat de moeder veel voor hem betaalt, maar dat een zorgmachtiging niet het juiste middel is als dit de belangrijkste zorg betreft.
De psychiater heeft ter zitting toegelicht dat de medische verklaring actueel is. Betrokkene neemt momenteel zijn medicatie, maar het therapeutisch effect is onvoldoende. Hij laat wisselend zorg toe in zijn huis. Indien een zorgmachtiging wordt afgegeven, zal de zorg bij voorkeur ambulant worden ingezet. Het plan is om met betrokkene in gesprek te gaan en zijn medicatie mogelijk te verhogen of te veranderen. Er is nu geen therapeutisch effect van de medicatie, waardoor de psychose chronisch is. Omdat hij moeite heeft met veranderingen, zal dit voor hem ingewikkeld zijn. Momenteel wil hij hieraan niet meewerken.
De aanleiding voor de aanvraag van de zorgmachtiging is daarnaast dat betrokkene belangrijke documenten heeft vernietigd, zichzelf door eigen toedoen heeft afgesloten van zijn geld, boze e-mails rondstuurt en vorig jaar in aanraking is gekomen met politie en justitie, waardoor de vrees bestaat dat dit opnieuw zal gebeuren. Hij is afhankelijk van zijn moeder, die er nu voor zorgt dat hij voldoende te eten heeft.
Het floride psychotisch beeld van betrokkene is chronisch, en de psychiater acht zorg op vrijwillige basis niet realistisch, gezien de manier waarop hij momenteel met zorgverleners omgaat. De psychiater acht de verzochte vorm van verplichte zorg ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ niet noodzakelijk. Ten aanzien van de vormen ‘onderzoek aan kleding of lichaam’ en ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ heeft de psychiater toegelicht dat deze uitsluitend nodig zijn in een klinische setting.
De moeder heeft ter zitting toegelicht dat betrokkene zelf het huishouden doet. Zij merkt daarnaast op dat zijn uitkering en huursubsidie mogelijk geheel worden stopgezet, omdat er niets van zijn rekening wordt afgeschreven. Hij kan er niet meer bij en zij betaalt nu de rekeningen. Het lukt betrokkene niet een ID bewijs en nieuwe bankpas te regelen, waardoor deze situatie voortduurt met mogelijke negatieve gevolgen voor zijn inkomen.

Beoordeling

Uit de medische verklaring blijkt dat de psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft kunnen onderzoeken. De psychiater heeft hiertoe drie pogingen gedaan middels vooraf bekendgemaakte huisbezoeken op 7, 21 en 28 oktober 2025. Betrokkene was op de hoogte van deze afspraken, maar deed de deur niet open. De rechtbank overweegt dat op de psychiater een inspanningsverplichting rust om betrokkene persoonlijk te onderzoeken. Dit houdt in dat de psychiater moet doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden om betrokkene in diens fysieke aanwezigheid te spreken en te observeren. Aan deze inspanningsverplichting is door de psychiater voldaan, een persoonlijk onderzoek is door toedoen van betrokkene niet mogelijk gebleken.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie en een autismespectrumstoornis.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene heeft belangrijke documenten, zoals zijn identiteitskaart, bankpas en simkaart, vernietigd, waardoor zijn uitkering deels is gestopt en hij voor zijn levensbehoeften afhankelijk is geworden van zijn moeder. Hij is er tot heden niet in geslaagd deze situatie op te lossen. Inmiddels dreigt stopzetting van de gehele uitkering en huurtoeslag.
Daarnaast stuurt hij regelmatig dreigende en agressieve e-mails. Vorig jaar kreeg hij een winkelverbod nadat hij in conflict was geraakt met winkelend publiek en betrokken raakte bij een handgemeen met de politie. Behandelaren signaleren een toename van psychotische symptomen en er is vrees voor een nieuw agressie-incident.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene toont ambivalentie bij het toelaten van zorg in zijn woning. Hij wordt onderbehandeld nu de medicatie geen therapeutisch effect heeft en aanpassing noodzakelijk. Hoe langer de onderbehandeling en daarmede de psychose voortduurt, hoe moeilijker de behandeling daarvan wordt. Ook ondervindt het brein daarvan schade. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen.
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door E.C. de Jong als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.