ECLI:NL:RBDHA:2025:2461

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
NL 24.734
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens bezwaarprocedure verblijfsvergunning

Verzoekers hebben een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als familie of gezinslid, welke door de minister op 20 december 2023 is afgewezen. Hiertegen maakten zij bezwaar en vroegen zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar in behandeling is.

De minister heeft op 14 februari 2025 laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en beveelt dat de minister zich onthoudt van uitzetting of voorbereidingen daartoe totdat op het bezwaar is beslist.

Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot betaling van de proceskosten van €907,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de verleende rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de minister mag verzoekers niet uitzetten totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.734

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekers],

geboren op [geboortedatum],
V-nummers: [vnummer],

[verzoekers],

geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [vnummer],
Hierna te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. J.S. Visser),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekers om een voorlopige voorziening.
1.1
Bij besluit van 20 december 2023 (primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekers om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel ‘verblijf als familie of gezinslid’ afgewezen.
1.2
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat verzoekers het besluit op het bezwaar in Nederland mogen afwachten.
1.3
De minister heeft op 14 februari 2025 per brief laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Nu de minister zich niet verzet tegen de toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om dit verzoek toe te wijzen, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen in die zin dat de minister verzoekers niet mag uitzetten totdat op het bezwaar is beslist.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • gebiedt de minister om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekers en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van € 907-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.