Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:24595

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
20 december 2025
Zaaknummer
C/09/670816 / FA RK 24-5754
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning alleenlijk gezag aan vader

De rechtbank Den Haag heeft op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een zaak over het ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2019. De vader verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van het gezag aan hem alleen, omdat de omstandigheden sinds de eerdere beschikking van oktober 2022 zijn gewijzigd.

Uit de procedure en de zitting bleek dat de minderjarige na een korte periode in een pleeggezin inmiddels al ongeveer twee jaar volledig bij de vader woont onder een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De vader is gegroeid in zijn opvoedersrol en er zijn vrijwel geen zorgen meer over het kind. De moeder is daarentegen al jaren niet of slechts beperkt betrokken bij de minderjarige, met moeizame communicatie en weinig contact met hulpverlening.

De gecertificeerde instelling heeft geprobeerd het contact tussen moeder en kind op te bouwen, maar dit verliep moeizaam en een vaste bezoekregeling is niet tot stand gekomen. De rechtbank oordeelt dat de moeder onvoldoende invulling geeft aan haar gezagsrol en dat het in het belang van het kind is dat de vader voortaan alleen het gezag uitoefent. De moeder behoudt wel het recht op omgang en informatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt voortaan alleen aan de vader toegekend.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5754
Zaaknummer: C/09/670816
Datum beschikking: 19 november 2025

Gezag

Beschikking op het op 7 augustus 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. Charité te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.V. Rafaela te Rotterdam (voorheen mr. M. Metin).
Als informant wordt aangemerkt:

William Schrikker Stichting voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

de gecertificeerde instelling.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift.
Op 22 oktober 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat, beiden via een videoverbinding;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
  • [naam 3] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot wijziging van na te melden beschikking, in die zin dat de vader verzoekt het gezamenlijk gezag van partijen te beëindigen en hem voortaan alleen te belasten met het gezag over [minderjarige].
De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na voormelde beschikking zijn gewijzigd.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1].
- Bij beschikking van deze rechtbank van 22 oktober 2022 zijn de vader en de moeder gezamenlijk met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 24 juli 2025 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verlengd tot 29 december 2025.

Beoordeling

Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. [minderjarige] woont – na een korte periode in een pleeggezin – inmiddels al ongeveer twee jaar volledig bij de vader door middel van een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De plaatsing bij de vader is succesvol verlopen, hij is gegroeid in zijn opvoedersrol en er zijn inmiddels vrijwel geen zorgen meer over [minderjarige]. De moeder is al jaren niet of beperkt betrokken bij [minderjarige]. Op de zitting is door de gecertificeerde instelling toegelicht dat is gewerkt aan het opbouwen van contact, naar aanleiding van een door de rechtbank vastgestelde zorgregeling. Dit is moeizaam verlopen en een vaste bezoekregeling komt niet van de grond. De moeder zegt afspraken af, raakt uit contact met de hulpverlening en is moeilijk bereikbaar, ook nu ze dichterbij woont dan voorheen. Tussen de ouders bestaat ook vrijwel geen communicatie. Het verkrijgen van toestemming voor een paspoort is stroef verlopen, evenals de toestemming voor een tripje naar Disneyland. Daarnaast is de moeder beperkt op de hoogte van [minderjarige], over haar ontwikkeling en haar belangen. Hoewel de moeder heeft gesteld dat zij meewerkt en handelt in het belang van [minderjarige], geeft zij naar oordeel van de rechtbank onvoldoende invulling aan haar gezag. Dit tezamen, met de moeizame communicatie maakt dat de rechtbank het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk acht dat de vader voortaan alleen het gezag uitoefent. De benodigde beslissingen die direct raken aan het leven van [minderjarige] – school(keuze), medische behandeling, et cetera – kunnen dan door de vader worden genomen. Echter, dat laat onverlet dat de moeder recht blijft hebben op omgang met [minderjarige] en informatie. Zoals ook door de Raad is benoemd, is het daarom belangrijk dat de gecertificeerde instelling blijft inzetten op het opbouwen en waarborgen van contact tussen de moeder en [minderjarige].
Daarom zal als volgt worden beslist.

BeslissingDe rechtbank, met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 22 oktober 2022,

bepaalt dat voortaan alleen aan de vader, [de vader], geboren op [geboortedatum 2] 1996 te [geboorteplaats 2], [land], het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1];
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 19 november 2025.