5.6De conclusie uit het voorgaande is dat de Regeling, anders dan de Verordening, niet integraal is gepubliceerd in het elektronische gemeenteblad, aangezien de daarbij behorende bijlage 1 niet in het gemeenteblad is geplaatst, maar elders op het internet. Anders dan de Heffingsambtenaar betoogt, doet hieraan niet af dat bijlage 1 is geplaatst op een website met in het adres de vermelding “officiele-overheidspublicaties.nl” en aldaar vindbaar is als externe bijlage bij de Regeling.
15. De rechtbank leest, overeenkomstig het Hof, dat het uitgangspunt is dat zowel algemeen verbindende voorschriften als andere besluiten die niet gericht zijn tot een of meer belanghebbenden integraal in een officieel publicatieblad bekend moeten worden gemaakt. Uit de uitspraak van het Hof leidt de rechtbank af dat integraal bekendmaken door het Hof wordt uitgelegd als ‘onlosmakelijk’ en meer concreet dat de tekst van Bijlage 1 in zijn geheel opgenomen had moeten worden in, dan wel onder, de tekst van de Regeling. Een andere uitleg van het begrip integraal kan evenwel zijn dat een bijlage behorende bij dergelijke regelgeving wel volledig en met de desbetreffende regelgeving wordt gepubliceerd, maar daar niet geheel in hoeft te worden opgenomen. Deze laatste uitleg komt de rechtbank (eveneens) als reëel en doelmatig voor gelet op de wetsgeschiedenis bij artikel 2, achtste lid, van de Bekendmakingswet (zie onder 13). Hieruit volgt namelijk dat de wetgever met name de toegankelijkheid en kenbaarheid van algemene besluiten bij burgers van belang acht. In het licht van het voorgaande onderzoekt de rechtbank of in onderhavige situatie ook bij deze uitleg geconcludeerd moet worden dat geen sprake is van bekendmaking op de voorgeschreven wijze.
16. De rechtbank constateert allereerst dat de Regeling en de hyperlink naar Bijlage 1 beide - bij elkaar - op één en dezelfde website (officielebekendmakingen.nl) staan vermeld. Bijlage 1 is immers direct raadpleegbaar via de hyperlink op de website: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-471695.html. Gelet op de opmaak van deze webpagina en de daarop zichtbare linker kolom met de kopjes ‘Inhoudsopgave’, ‘Extra informatie’, ‘Gerelateerd’ en ‘Geconsolideerde regelgeving’ en de zich daaronder bevindende hyperlinks waarop geklikt kan worden, moet het voor een belastingplichtige voldoende kenbaar zijn dat met (externe bijlage) ‘exb-2021-75079’ Bijlage 1 wordt bedoeld als genoemd in (onder meer) artikel 2.1.1 van de Regeling. Doordat de link alleen door een belastingplichtige hoeft te worden aangeklikt is Bijlage 1 ook voldoende toegankelijk. Ook merkt de rechtbank op dat als ‘Informatie over publicatie’ onder ‘Extra informatie’ wordt aangeklikt onder meer vermeld wordt dat ‘RIS311076 Bijlage|exb-2021-75079’ de bijlage bij de Regeling is. Het plaatsen van de integrale tekst in, dan wel onder, de Regeling brengt ten aanzien van deze wijze van bekendmaken geen toegevoegde waarde met zich. Dit alles in samenhang bezien maakt dat er geen twijfel kan bestaan over het feit dat Bijlage 1 behoort bij de Regeling en dat zij tezamen zijn gepubliceerd in het elektronische gemeenteblad. De rechtbank overweegt daarmee dat, met eerder bedoelde uitleg van integrale bekendmaking en in de gegeven omstandigheden, de Regeling en Bijlage 1 ook op de voorgeschreven wijze bekend konden worden gemaakt en daarmee op 1 januari 2022 in werking kunnen zijn getreden. Overigens merkt de rechtbank op dat sinds de gemeente de Regeling heeft gepubliceerd tot aan voornoemde hofuitspraak in de praktijk noch bij belastingplichtigen, noch bij (veel procederende) gemachtigden, enige onduidelijkheid heeft bestaan over (de publicatie van) Bijlage 1.
17. De rechtbank is ermee bekend dat tegen de uitspraak van het Hof cassatie is ingesteld door de gemeente. In dat kader acht de rechtbank het niet opportuun om aan de Hoge Raad prejudiciële vragen te stellen over de uitleg die moet worden toegekend aan integrale bekendmaking. Aangezien het niet in het belang van belanghebbende is om de onderhavige zaak aan te houden totdat uitspraak is gedaan door de Hoge Raad in die procedure of anders te oordelen dan het Hof reeds heeft gedaan, zal de rechtbank onder verwijzing naar de uitspraak van het Hof de naheffingsaanslag vernietigen. Gelet daarop komt de rechtbank niet meer toe aan de behandeling van de grieven van belanghebbende.
18. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, is het beroep gegrond.
19. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Gelet op het feit dat het beroep gegrond is verklaard en in de zaken van belanghebbende met zaaknummers SGR 25/5013, SGR 25/5014, SGR 25/5015 en onderhavige zaak slechts éénmaal griffierecht is geheven, dient de heffingsambtenaar het griffierecht, dat in de zaak met zaaknummer SGR 25/5013 is geheven, te vergoeden.