ECLI:NL:RBDHA:2025:24547
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning na strafrechtelijke veroordelingen
Verzoeker, een Marokkaanse staatsburger die sinds 1983 in Nederland verblijft en sinds 1997 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft, is geconfronteerd met intrekking van zijn vergunning vanwege meerdere strafrechtelijke veroordelingen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze intrekking en verzocht om een voorlopige voorziening om de beoordeling van het bezwaar in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 november 2025 behandeld. Verzoeker zit in detentie en wil met verlof kunnen om zijn vaderrol voor zijn vijf Nederlandse kinderen te vervullen. Tevens stelt hij dat het fair play-beginsel en het beginsel van hoor en wederhoor zijn geschonden omdat hij het voornemen tot intrekking niet heeft ontvangen.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij het verzoek omdat uitzetting gepland staat op 14 november 2025. Hoewel geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel wordt gegeven vanwege de complexiteit en het ontbreken van een zienswijze, weegt de rechter het belang van verzoeker zwaarder dan dat van de staat. Verzoeker verblijft al ruim veertig jaar in Nederland en de intrekking van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd vereist een zorgvuldige belangenafweging.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit worden geschorst tot vier weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar.