ECLI:NL:RBDHA:2025:24507
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 17 december 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.47666), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is zonder zitting gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk is en de hoofdzaak is beslist.