In deze zaak, die op 16 december 2025 door de Rechtbank Den Haag is behandeld, hebben eisers een kort geding aangespannen tegen gedaagden met als doel de kadastrale inschrijving van een koopovereenkomst en een proces-verbaal waardeloos te verklaren. De procedure volgde op een eerdere koopovereenkomst die op 16 september 2024 was gesloten, waarbij gedaagden de woning niet op de afgesproken datum hadden afgenomen. Eisers hebben de koopovereenkomst op 21 februari 2025 buitengerechtelijk ontbonden en een bodemprocedure gestart. Tijdens een mondelinge behandeling op 24 juli 2025 werd een schikking getroffen, maar gedaagden hebben hun verplichtingen niet nagekomen, wat leidde tot de huidige vordering.
Eisers vorderen dat de voorzieningenrechter de kadastrale inschrijving van de koopovereenkomst en het proces-verbaal waardeloos verklaart, omdat gedaagden niet hebben voldaan aan hun verplichtingen. Gedaagden, vertegenwoordigd door gedaagde sub 2, hebben verweer gevoerd, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat eisers voldoende spoedeisend belang hebben aangetoond. De rechter concludeerde dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden en dat eisers een gerechtvaardigd belang hebben om de waardeloosverklaring te vorderen. De vordering van eisers werd toegewezen, en gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft de kadastrale inschrijving van de koopovereenkomst en het proces-verbaal waardeloos verklaard en gedaagden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.764,39, te voldoen binnen veertien dagen na aanschrijving. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.