ECLI:NL:RBDHA:2025:24415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en toegangsweigering vreemdeling
Eiseres is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de toegang tot Nederland is geweigerd op grond van artikel 6a in samenhang met artikel 6, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde dat zij Nederland op de enige mogelijke manier kon bereiken en betwistte de zware grond dat zij Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen.
De rechtbank oordeelt dat de toegangsweigering rechtmatig is, aangezien eiseres in het bezit was van een visum voor een beperkt verblijf met een ander doel dan het aanvragen van asiel. Het feit dat zij met een visum voor een ander doel asiel heeft aangevraagd, rechtvaardigt de conclusie dat zij zich aan het toezicht zal onttrekken.
De lichte gronden, zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, zijn niet betwist. De rechtbank ziet geen grond om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel en toegangsweigering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.