In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 2 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van 37 garageboxen behandeld. Eiser, wonende in [woonplaats 1], stelt dat de vergunning inbreuk maakt op zijn recht op een buurweg, zoals vastgelegd in een akte uit 1959. De rechtbank onderzoekt of de omgevingsvergunning terecht is verleend door het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp. De rechtbank concludeert dat het college de vergunning mocht verlenen, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de garageboxen niet gerealiseerd kunnen worden zonder inbreuk te maken op het recht op de buurweg. De rechtbank wijst erop dat de buurweg sinds 1999 een breedte van circa 1,70 meter heeft en dat het recht op een bredere buurweg mogelijk is verjaard. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukt dat het college enkel de criteria van de Wabo moet volgen en dat er geen ruimte is voor andere overwegingen, zoals privaatrechtelijke belemmeringen. De uitspraak bevestigt dat de omgevingsvergunning rechtmatig is verleend en dat eiser zich tot de burgerlijke rechter kan wenden indien hij meent dat zijn recht op de buurweg wordt geschonden.