ECLI:NL:RBDHA:2025:24367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Meesters - van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Koerdische eiser wegens onvoldoende bewijs vervolgingsgevaar in Turkije
Eiser, een Koerdische man, verzocht om asiel uit vrees voor vervolging in Turkije vanwege vermeende connecties met de PKK en HDP en de dreiging van militaire dienstplicht. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiser zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn inreis en betrokkenheid bij politieke groeperingen. De minister achtte de documenten die eiser overlegd had als onvoldoende betrouwbaar en vond geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade.
De rechtbank volgde de minister en stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen, waaronder zijn politieke activiteit en oproep voor militaire dienst. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.