ECLI:NL:RBDHA:2025:24338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke heroverweging asielverzoek afgewezen wegens onvoldoende motivering
Eiser diende in 2015 een asielaanvraag in die in 2016 door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond, met oplegging van een terugkeerbesluit. Dit besluit stond in rechte vast na een ongegrond verklaard beroep in 2017. In 2021 trok de minister het terugkeerbesluit gedeeltelijk in naar aanleiding van het arrest T.Q., maar handhaafde de afwijzing van de asielaanvraag. Eiser verzocht om bestuurlijke heroverweging en diende een opvolgende asielaanvraag in, die in 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde dit besluit in 2025 gegrond wegens onvoldoende motivering en gebrekkige beoordeling van het onderzoek naar adequate opvang.
De minister wees het verzoek om heroverweging in juli 2025 af voor het asieldeel, maar kende een verblijfsvergunning regulier toe op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Het inreisverbod werd opgeheven. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek om heroverweging werd afgewezen, met name omdat de minister de bewijsstukken niet in onderlinge samenhang had beoordeeld en onvoldoende rekening hield met de bijzondere biografie van eiser.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd eiser een proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde beoordeling van asielverzoeken en de naleving van het arrest T.Q. betreffende het onderzoek naar adequate opvang.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.