ECLI:NL:RBDHA:2025:24334
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging Ziektewetuitkering niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om de Ziektewetuitkering per 22 oktober 2025 te beëindigen. Het verzoek is ingediend bij de rechtbank Den Haag en betreft een spoedeisende bestuursrechtelijke procedure.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was. Dit volgt uit artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De kern van het niet-ontvankelijkheidsoordeel is dat het griffierecht van €53,- niet binnen de gestelde termijn is betaald.
De griffier heeft verzoeker bij aangetekende brief op 5 november 2025 verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen. De brief is op 25 november 2025 aan verzoeker overhandigd, maar betaling vond niet tijdig plaats. Verzoeker heeft geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Daarom kon de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk behandelen en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk, conform artikel 8:82 en Pro 8:41 van de Awb.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.