Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2025 in de zaak tussen
[bedrijf] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
‘’s-Gravenweg 2013’. Met het bestreden besluit van 30 januari 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder grotendeels bij dat besluit gebleven.
Totstandkoming van het bestreden besluit
1)Een hekwerk met een bouwhoogte van ten minste 2,25 m als erf- en terreinafscheiding overschrijdt de maximale bouwhoogte. De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen binnen de bestemming “Tuin” bedraagt voor de voorgevel maximaal 1 meter en achter de voorgevel maximaal 2 meter.
2a)Er is een brug gerealiseerd en
2b)de sloot is gedeeltelijk gedempt op gronden met de bestemming “Water” zonder omgevingsvergunning en schriftelijk advies van de waterbeheerder en een landschapsdeskundige. Bovendien wordt de brug gebruikt om toegang te verlenen aan personeel van de naastgelegen firma van eiseres wat niet is toegestaan binnen de specifieke gebruiksregels van de bestemming “Water”.
3)Het gebruik van de gronden als parkeerterrein voor het personeel van de naastgelegen firma van eiseres is niet toegestaan binnen de bestemmingen “Wonen” en “Tuin”.
4)Er zijn opstallen, waaronder een woning, gesloopt zonder sloopmelding of omgevingsvergunning.
Beoordeling door de rechtbank
Overgangsrecht Omgevingswet
Beginselplicht tot handhaving
Bijzondere omstandigheden?
Last 2a: brug met tourniquet
Conclusie last 2a
Last 2b: demping sloot
Last 3: parkeerterreinIs er sprake van een overtreding?
Concreet zicht op legalisatie?
Gelijkheidsbeginsel
Dienstenrichtlijn
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 30 januari 2024, voor zover daarbij de last onder dwangsom is gehandhaafd die ertoe strekt de brug en de tourniquet te verwijderen en verwijderd te houden;
- herroept het besluit van 25 mei 2023 voor zover dat ziet op de tourniquet en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit voor zover vernietigd;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar voor zover dat betrekking heeft op de last die ziet op de brug, met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 371,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1814,- aan proceskosten aan eiser.
mr.C.A. van der Meijs, griffier.