ECLI:NL:RBDHA:2025:24288
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met toewijzing huurrecht woning en afwijzing verklaring voor recht verdeling huwelijksgemeenschap
De rechtbank Den Haag heeft op 12 november 2025 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een vrouw met de Georgische nationaliteit en een man met de Nederlandse nationaliteit. Partijen zijn gehuwd in 2020 en hebben gezamenlijk verzocht tot echtscheiding vanwege een duurzaam ontwricht huwelijk. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht en past Nederlands recht toe op het verzoek.
De man heeft verzocht het huurrecht van de gezamenlijke woning toe te wijzen, terwijl de vrouw stelde dat zij geen aanspraak maakte op het huurrecht omdat zij geen medehuurder zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de vrouw medehuurder is geworden door het huwelijk en wijst het verzoek van de man toe, mede omdat de vrouw zich niet inhoudelijk tegen toewijzing heeft verzet.
Verder heeft de man verzocht om een verklaring voor recht dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben in het kader van de verdeling van de huwelijksgemeenschap. De vrouw betwist dit en wijst erop dat toekomstige schulden of aanspraken niet zijn uitgesloten. De rechtbank wijst dit verzoek af.
De echtscheiding wordt uitgesproken en het huurrecht aan de man toegewezen met onmiddellijke ingang. Het overige meer of anders verzochte wordt afgewezen. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.
Uitkomst: De echtscheiding wordt uitgesproken, het huurrecht van de woning wordt aan de man toegewezen en het verzoek tot verklaring voor recht omtrent de verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt afgewezen.