Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 11 december 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een beroep tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 12 augustus 2025. De procedure werd behandeld zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Eiser werd bij brief van 20 september 2025 in de gelegenheid gesteld om het griffierecht van €194 binnen vier weken te voldoen of een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Tevens werd gewezen op de mogelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep bij uitblijven van betaling. Na het uitblijven van betaling werd op 20 oktober 2025 een aangetekende herinnering gestuurd met een nieuwe termijn van vier weken.
De rechtbank constateerde dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen was betaald en dat dit niet aan omstandigheden buiten eiser was toe te rekenen. Daarom werd het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd openbaar gemaakt en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.