ECLI:NL:RBDHA:2025:24267
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag MVV wegens ontbreken aanvaardbare toekomst en hechte persoonlijke banden
Eiser, een minderjarige met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) om als pleegkind bij zijn Nederlandse referente, zijn grootmoeder, te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiser in Suriname geen aanvaardbare toekomst had en dat er geen beschermenswaardig gezinsleven bestond op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende gemotiveerd had dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn familie in Suriname niet voor hem kon zorgen. Hoewel eiser en referente stelden dat de zorg door familieleden in Suriname problematisch was, ontbraken objectieve bewijsstukken ter onderbouwing hiervan. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van hechte persoonlijke banden tussen eiser en referente, mede omdat relevante zorg en gezinsvorming pas recent werden opgepakt.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een MVV als pleegkind en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van onaanvaardbare toekomst en hechte persoonlijke banden.