Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:24224

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
25/1523
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 3.9 WaboArt. 6:15 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen omgevingsvergunning met verwijzing naar woningvormingsvergunning

Eiseres heeft op 20 april 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het splitsen van een woning in Den Haag. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verleende later alsnog de vergunning na bezwaar van eiseres. Eiseres maakte vervolgens beroep tegen het besluit omdat zij bezwaar had tegen de in de vergunning opgenomen verplichting om ook een woningvormingsvergunning aan te vragen.

De rechtbank oordeelt dat de aanvraag onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) valt, omdat deze vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. De rechtbank stelt vast dat de omgevingsvergunning zelf geen voorschrift bevat om een woningvormingsvergunning aan te vragen; deze verplichting vloeit voort uit de Huisvestingsverordening Den Haag 2023. Het college heeft dit slechts ter informatie vermeld.

De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is omdat de omgevingsvergunning niet strijdig is met de regels en de woningvormingsvergunning een aparte procedure betreft. De vergunning blijft ongewijzigd van kracht en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft ongewijzigd van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/1523

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. J. Geelhoed)
en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

(gemachtigde: [naam]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de omgevingsvergunning die het college aan haar heeft verleend. Eiseres is het niet eens met de omgevingsvergunning voor zover daarin is opgenomen dat eiseres ook een woningvormingsvergunning moet aanvragen voordat het project gerealiseerd kan worden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 20 april 2023 heeft eiseres een omgevingsvergunning aangevraagd voor het splitsen van de woning aan de [adres] in Den Haag tot twee woningen en het maken van constructieve doorbraken.
2.1.
Het college heeft de aanvraag met het besluit van 4 augustus 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 januari 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, het besluit van 4 augustus 2023 herroepen en de omgevingsvergunning alsnog verleend.
2.2.
Op 18 februari 2025 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend gericht tegen het bestreden besluit. Het college heeft deze brief op 26 februari 2025 doorgezonden naar de rechtbank om als beroepsschrift te behandelen. [1]
2.3.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [2]

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht
3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
3.1.
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 20 april 2023. Dit betekent dat in deze zaak de Wabo van toepassing blijft.
Woningvormingsvergunning
4. Eiseres voert aan dat zij geen bezwaar heeft tegen het bestreden besluit voor zover daarbij een omgevingsvergunning is verleend voor het splitsen van de woning. Eiseres heeft bedenkingen bij de in de omgevingsvergunning opgenomen zinsnede waarin de verplichting staat opgenomen om een woningvormingsvergunning aan te vragen. Volgens eiseres hoort deze verplichting niet thuis in een besluit omtrent de verlening van een omgevingsvergunning.
4.1.
Het betoog van eiseres slaagt niet. In het bestreden besluit staat dat voor de feitelijke splitsing van de woning niet alleen een omgevingsvergunning is vereist, maar ook een woningvormingsvergunning. In Bijlage C bij het bestreden besluit staan nadere aanwijzingen over de woningvormingsvergunning. Deze wordt in een beperkt aantal gebieden en onder bepaalde voorwaarden verleend. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023 is woningvorming verboden op de locatie van het bouwplan van eiseres, aldus Bijlage C.
4.2.
Anders dan eiseres betoogt, bevat de omgevingsvergunning geen voorschrift tot het aanvragen van een woningvormingsvergunning. Deze verplichting vloeit namelijk niet voort uit de omgevingsvergunning, maar uit de Huisvestigingsverordening Den Haag 2023. Het college heeft eiseres er slechts – ten overvloede – op gewezen dat deze woningvormingsvergunning nodig is ter realisatie van het project. De standpunten die het college ten grondslag heeft gelegd aan het verlenen van de omgevingsvergunning zien op ruimtelijk relevante omstandigheden. Het college heeft in geval van eiseres geconcludeerd dat het splitsen van de woning niet strijd is met een goede ruimtelijke ordening en heeft daarom de omgevingsvergunning verleend. Een woningvormingsvergunning vormt geen voorwaarde voor het verlenen van de omgevingsvergunning. In het kader van de woningvormingsvergunning spelen andere omstandigheden een rol, zoals het reguleren van de woningvoorraad.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De omgevingsvergunning blijft ongewijzigd in stand. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:57 van Pro de Awb maakt dat mogelijk.