ECLI:NL:RBDHA:2025:24221

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
25/6129
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig nemen van besluit door college op aanvraag om omgevingsvergunning

In deze zaak heeft eiseres, een B.V. gevestigd in [vestigingsplaats], beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk op haar aanvraag om een omgevingsvergunning, ingediend op 12 maart 2023. De rechtbank heeft eerder, op 16 juli 2025, geoordeeld dat het college niet tijdig heeft beslist en het college opgedragen om binnen 8 weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag, tot een maximum van € 15.000,-. Eiseres heeft op 15 september 2025 een opvolgend beroep ingesteld, omdat het college opnieuw niet tijdig heeft beslist.

De rechtbank heeft in deze uitspraak vastgesteld dat de beslistermijn, zoals opgelegd in de eerdere uitspraak, is overschreden. De rechtbank heeft besloten dat het college binnen drie weken na 16 december 2025, dus uiterlijk op 6 januari 2026, alsnog een besluit moet nemen. Tevens is bepaald dat het college een dwangsom van € 250,- per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 37.500,-, zodra de eerder opgelegde dwangsom het maximale bedrag heeft bereikt.

De rechtbank heeft ook de proceskosten van eiseres vastgesteld op € 453,50, en het college is veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 385,-. De uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, rechter, en is openbaar uitgesproken op 12 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/6129

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: [naam]),
en

het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, het college.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 23 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op haar aanvraag om een omgevingsvergunning van 12 maart 2023 (de aanvraag).
De rechtbank heeft op 16 juli 2025 het beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag gegrond verklaard en het college opgedragen om binnen 8 weken alsnog een besluit te nemen, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.
Op 15 september 2025 heeft eiseres een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op haar aanvraag.
Het college heeft de stukken en een verweerschrift ingediend.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [1] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [2]
3. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is, in geval waarin de bestuursrechter een termijn heeft gesteld voor het nemen van een nieuw besluit, niet vereist dat nog een ingebrekestelling wordt gestuurd voordat beroep wordt ingesteld. [3]
4. Niet in geschil is dat de beslistermijn opgedragen bij uitspraak van 16 juli 2025 is overschreden en dat het college nog niet heeft beslist op de aanvraag van eiseres.
5. Het beroep is kennelijk gegrond.
6. Omdat het college nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen.
7. Het college heeft in zijn verweerschrift van 1 oktober 2025 aangegeven dat de beslistermijn is overschreden, maar dat er inmiddels alles aan wordt gedaan om zo spoedig mogelijk een besluit te nemen. Er moest in deze procedure echter een verklaring van geen bedenkingen worden afgegeven door de gemeenteraad waardoor de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is. De ontwerpverklaring van geen bedenkingen is op 25 september 2025 afgegeven. In het raadsvoorstel en separaat aan eiseres is aangegeven wat het vervolgtraject is, uitgezet in tijd. Dit traject kan onmogelijk versneld worden, aldus het college.
8. In zijn e-mail van 29 oktober 2025 heeft het college de rechtbank medegedeeld dat de ontwerp-omgevingsvergunning van 4 november 2025 tot en met 16 december 2025 ter inzage wordt gelegd.
9. Gelet op het bepaalde in artikel 8:55d, derde lid, zal de rechtbank het college opdragen binnen een termijn van drie weken na 16 december 2025, dus uiterlijk op 6 januari 2025, alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat er sprake is van een opvolgend beroep niet tijdig beslissen en dat het college tot op heden geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 juli 2025. Daar komt bij dat de aanvraag van eiseres dateert van 12 maart 2023 en dat de beslistermijn van 6 maanden [4] inmiddels ruimschoots is overschreden.
10. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb, en in overeenstemming met het landelijk beleid [5] dat het college, zodra ook de bij deze uitspraak gegeven beslistermijn is overschreden en de dwangsom opgelegd in de uitspraak van 16 juli 2025 het maximale bedrag heeft bereikt, een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nog wordt overschreden. Daarbij geldt wel een maximum van € 37.500,-.
11. De rechtbank veroordeelt het college in de door eiseres gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907, en een wegingsfactor 0,5 (licht)). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.
Beslissing
De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • draagt het college op om binnen drie weken na 16 december 2025, uiterlijk 6 januari 2026, alsnog een besluit bekend te maken;
  • bepaalt dat het college aan eiseres een dwangsom van € 250,- per dag moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt én de bij uitspraak van 16 juli 2025 opgelegde dwangsom het maximale bedrag van € 15.000,- heeft bereikt, met een maximum van € 37.500,-;
  • veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50;
  • draagt het college op het betaalde griffierecht van € 385,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
2.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4.Zoals bedoeld in artikel 3:18 van de Awb.
5.Beleid extra dwangsom zie rechtspraak.nl.