ECLI:NL:RBDHA:2025:24213

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
25/2326
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verlaging tegemoetkoming voor gebruik eigen auto op grond van de Wmo

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 4 december 2025, wordt het beroep van eisers tegen de verlaging van hun tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ongegrond verklaard. Eisers, wettelijk vertegenwoordigers van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, zijn van mening dat de verlaging van de tegemoetkoming hen onvoldoende ondersteuning biedt in hun vervoersbehoefte. De rechtbank oordeelt echter dat de huidige tegemoetkoming, ondanks de verlaging van € 165,19 naar € 55,05 per maand, voldoende is voor de zelfredzaamheid en participatie van hun zoon, [naam 1].

Het proces begon met een besluit van het college op 17 januari 2025, waarin de tegemoetkoming werd verlaagd. Dit besluit werd door eisers bestreden, maar het college verklaarde hun bezwaar ongegrond. De rechtbank heeft de zaak op 13 november 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van het college aanwezig waren. De rechtbank concludeert dat de tegemoetkoming voldoende is om de vervoersbehoefte van [naam 1] te dekken, en dat de kosten voor brandstof en stroom niet volledig door de tegemoetkoming gedekt hoeven te worden, aangezien deze kosten normaal gesproken niet onder de tegemoetkoming vallen.

De rechtbank wijst erop dat de tegemoetkoming is bedoeld voor onderhoud, reparaties, verzekeringen en APK van de auto, en dat de leasekosten van de Volkswagen Multivan, die door het college worden betaald, al een afwijking van het beleid vormen. De rechtbank concludeert dat er geen aanleiding is om de tegemoetkoming te verhogen en verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eisers geen gelijk krijgen en ook geen vergoeding van proceskosten ontvangen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/2326

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen

[eisers sub 1] en [eisers sub 2], wettig vertegenwoordigers van

[naam 1] ([naam 1]), uit [woonplaats] ,eisers
(gemachtigde: [naam 2]),
en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, het college

(gemachtigde: [naam 3]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit tot verlaging van de tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Eisers zijn het niet eens met de verlaging van de tegemoetkoming. Zij voeren aan dat de tegemoetkoming hierdoor onvoldoende is om in de vervoersbehoefte van [naam 1] te voorzien. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 17 januari 2025 (het primaire besluit) heeft het college de aan eisers toegekende tegemoetkoming op grond van de Wmo voor het gebruik van de eigen auto verlaagd naar een derde van het bedrag van de maximale tegemoetkoming (van
€ 165,19 per maand naar € 55,05 per maand). Bij besluit van 5 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het door eisers tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft met de uitspraak van 17 april 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen (SGR 25/1889).
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, vergezeld door haar dochter, en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat het bestreden besluit over?
3. Op 17 april 2024 heeft het college besloten om aan eisers ten behoeve van hun zoon [naam 1] een aangepaste hybride Volkswagen Multivan toe te kennen. In afwachting van de levering van de Multivan is aan eisers vanaf 19 januari 2024 een tijdelijke tegemoetkoming meerkosten voor taxikosten/eigen auto toegekend ter hoogte van € 159,26 per maand. Op 24 december 2024 is de Multivan in bruikleen verstrekt. De maandelijkse leasekosten van € 1.444,13 worden door het college betaald. De verstrekking is neergelegd in het besluit van 15 januari 2025.
3.1.
Het college heeft de verlaging van de tegemoetkoming gebaseerd op het bepaalde in artikel 6.2, vijfde lid van het Wmo-besluit 2025 (het Besluit). Volgens het college hebben eisers ten behoeve van [naam 1] met de Multivan een “andere vervoersvoorziening” als bedoeld in artikel 6.2, vijfde lid van het Besluit. De Multivan, waarvan de leasekosten volledige door het college worden betaald, en de toegekende tegemoetkoming bieden volgens het college voldoende vervoersondersteuning bij de zelfredzaamheid en participatie van [naam 1]. De feitelijke vervoersbehoefte van [naam 1] geeft geen aanleiding af te wijken van de standaardvergoeding, aldus het college.
Wat vinden eisers?
4. Eisers voeren in beroep aan dat de kosten die zij kwijt zijn voor brandstof en stroom voor de Multivan veel hoger zijn dan de tegemoetkoming die zij maandelijks ontvangen van het college. Met de huidige tegemoetkoming is het onmogelijk om jaarlijks 2.000 kilometer te rijden. De tegemoetkoming is dus onvoldoende voor [naam 1] om in de maatschappij te kunnen participeren.
Wat oordeelt de rechtbank?
5. De voor deze uitspraak relevante wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage.
5.1.
De rechtbank vindt het niet aannemelijk dat de huidige tegemoetkoming, gelet op de vervoersbehoefte van [naam 1], onvoldoende ondersteuning biedt met het oog op de zelfredzaamheid en participatie van [naam 1]. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
5.2.
Het college heeft in zijn brief van 8 april 2025 toegelicht dat met de tegemoetkoming ten minste 2.000 kilometer op jaarbasis kan worden gereden met de Volkswagen Multivan, zowel bij volledig elektrisch rijden als bij hybride gebruik, dus in combinatie met brandstof. Uit een onafhankelijke praktijktest blijkt dat bij volledig elektrisch rijden binnen de stad met de toegekende tegemoetkoming van
€ 660,60 bij benadering 15.995 kilometer op jaarbasis kan worden gereden. Bij rijden op benzine in stadsverkeer (bij lege accu of niet-opladen) kan met de tegemoetkoming ter hoogte van € 660,60 ongeveer 3.648 kilometer op jaarbasis worden gereden. Op basis van de praktijktest is de conclusie dus dat eisers met de tegemoetkoming hoe dan ook tussen de 1.500 en 2.000 kilometer per jaar kunnen rijden en dat [naam 1] zich daarmee voldoende kan verplaatsen om in de maatschappij te participeren. [1]
5.3.
Eisers betwisten dat de door het college gestelde verbruiksgegevens van de Multivan kloppen. Zij stellen dat de accu verouderd is waardoor er minder kilometers met een volle accu gereden kunnen worden dan het college stelt. Deze stelling is echter niet met concrete gegevens onderbouwd. Eisers hebben daarom de door het college aangeleverde gegevens onvoldoende weerlegd. Afgezien hiervan moet worden aangenomen dat de door het college verstrekte tegemoetkoming bij de huidige brandstofprijzen ook voldoende is wanneer uitsluitend op benzine wordt gereden. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om niet uit te gaan van de gegevens die door het college zijn aangeleverd met betrekking tot het verbruik van de Multivan.
5.4.
Hierbij houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto normaliter niet bedoeld is voor brandstofkosten of oplaadkosten, maar voor de kosten van onderhoud, reparaties, verzekeringen en de APK. Deze kosten zitten echter inbegrepen in de leaseprijs van de Multivan die het college voor eisers betaalt. Dat het college in geval van eisers bereid is de kosten van brandstof en stroom gedeeltelijk te vergoeden, is dus al een afwijking van hun beleid ten gunste van eisers. Het college heeft daarom ook geen aanleiding hoeven zien om met toepassing van artikel 6.2, zesde lid van het Besluit in afwijking van het beleid een hogere tegemoetkoming aan eisers toe te kennen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van
mr.F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak relevante wet- en regelgeving

Wmo-verordening Zoetermeer 2015
Artikel 8.2 Het zich kunnen verplaatsen in de leefomgeving
Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich kunnen verplaatsen met als doel participatie kan bijvoorbeeld bestaan uit:
het kunnen doen van boodschappen;
het kunnen onderhouden van sociale contacten;
het deelnemen aan activiteiten waaronder begrepen dagbesteding, binnen de leefomgeving van de cliënt.
Artikel 8.3 Specifieke criteria zich kunnen verplaatsen in de leefomgeving
1. Met het oog op het zich verplaatsen, kan een maatwerkvoorziening worden verleend ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het zich verplaatsen over de langere afstand binnen de leefomgeving van de cliënt.
(…)
3. Het te bereiken resultaat als bedoeld in artikel 8.2 onder a tot en met c (tezamen) maakt participatie mogelijk tot maximaal een omvang per jaar van 1500 kilometer met een bandbreedte tot 2000 kilometer.
4
.Indien een vervoersvoorziening wordt verstrekt, wordt voor wat betreft de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een contact buiten de leefomgeving, dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.
(…)
6. Een cliënt kan slechts voor een aanpassing van een auto als verstrekking in aanmerking komen, indien er een noodzaak is voor het gebruik van eigen gesloten buitenvervoer.
(…)
Wmo Besluit Zoetermeer 2025
Artikel 6.2 Hoogte tegemoetkoming meerkosten
1. De hoogte van de tegemoetkomingen zijn gebaseerd op de geïndexeerde bedragen van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Zoetermeer 2013.
2. De hoogte van de tegemoetkoming voor:
(…)
d. het gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal € 1981,89 per jaar
(…)
(…)
5
.Indien de cliënt beschikt over een scootmobiel of andere vervoersvoorziening, wordt de tegemoetkoming vastgesteld op 1/3 van het totale bedrag.
6. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de bedragen genoemd in het tweede lid onder d tot en met g indien de vervoersbehoefte als bedoeld in artikel 6.1 van dit Besluit daartoe aanleiding geeft.

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in artikel 8.2. in samenhang met artikel 8.3, derde lid van de Wmo-verordening Zoetermeer 2015.