ECLI:NL:RBDHA:2025:24206
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking en terugvordering AIO
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag behandelde op 20 oktober 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) van verzoeker te beëindigen en het te veel ontvangen bedrag terug te vorderen.
Verzoeker stelde dat hij en zijn partner met een gezamenlijk inkomen van €188,26 per maand in acute financiële nood verkeren en aangewezen zijn op leningen van hun kinderen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er onvoldoende spoedeisend belang is, mede omdat verzoeker nog over een bedrag van ongeveer €5.000 beschikt, waarvan €3.000 geleend is, en er geen aanwijzingen zijn dat deze leningen op korte termijn terugbetaald moeten worden.
Daarnaast werd besproken dat het informele overbrengen van vermogen vanuit Iran naar Nederland niet toegestaan is, maar dat verzoeker officieel over zijn Iraanse vermogen zou kunnen beschikken via banken in Frankrijk of Duitsland. Verzoeker betwistte dit echter zonder nadere onderbouwing van de Svb.
Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waardoor het bestreden besluit voorlopig van kracht blijft tot op het bezwaar is beslist. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking en terugvordering van de AIO wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.