ECLI:NL:RBDHA:2025:24191
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag van Iraanse eiser met betrekking tot deelname aan demonstraties en politieke vervolging
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 10 december 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure van een Iraanse eiser. De eiser, geboren in 1979, heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend op 7 december 2022, na te zijn gevlucht uit Iran. Hij heeft gesteld dat hij problemen ondervindt vanwege zijn deelname aan demonstraties tegen de Iraanse autoriteiten en zijn afvalligheid van de islam. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat de problemen die eiser heeft gesteld niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank heeft het beroep van eiser gegrond verklaard, omdat de minister ondeugdelijk gemotiveerd heeft dat eiser niet aan de voorwaarden van de Vreemdelingenwet voldoet. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd waarom de verklaringen van eiser ongeloofwaardig zijn en dat de minister niet heeft aangetoond dat eiser redelijkerwijs in staat zou zijn om documenten te overleggen die zijn verhaal ondersteunen. De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen om binnen tien weken een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag, met inachtneming van de uitspraak. Tevens is de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.