Uitspraak
1.[gedaagden sub 1],
2.
[gedaagden sub 2],
3.
[gedaagden sub 3],
4.
[gedaagden sub 4],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een kort geding waarin de verhuurder vordert dat de huidige bewoners van een studentenwoning worden ontruimd en dat een contractuele boete wordt betaald. De woning wordt verhuurd aan vijf personen, waarbij een hoofdhuurder en meerdere bewoners zijn aangewezen. Door de jaren heen hebben de huurders zelf opvolgende huurders voorgedragen, waarbij nieuwe bewoners vaak al maanden in de woning verbleven voordat een allonge werd opgesteld.
De verhuurder stelt dat de nieuwe bewoners illegaal in de woning verblijven en dat hij geen vertrouwen meer heeft in de nakoming van huurverplichtingen, waardoor spoedeisend belang bestaat. De huurders betwisten dit en voeren aan dat een recht van coöptatie is ontstaan, waardoor zij zelf nieuwe huurders mogen voordragen zonder voorafgaande toestemming van de verhuurder.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat onvoldoende concreet is gesteld waarom een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Tevens is het aannemelijk dat een bodemrechter het recht van coöptatie zal erkennen, gelet op de jarenlange praktijk waarbij de verhuurder steeds achteraf instemde met nieuwe huurders. De vorderingen worden daarom afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en betaling van boete worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en het aannemelijk bestaan van een recht van coöptatie.