ECLI:NL:RBDHA:2025:2418
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De voorzieningenrechter beoordeelt of onverwijlde spoed aanwezig is om een voorlopige voorziening toe te kennen.
Verzoeker stelt dat hij vanwege zijn geestelijke en lichamelijke toestand niet kan werken en dat de bezwaarprocedure lang kan duren. Hij heeft geen bijstandsuitkering aangevraagd omdat hij volgens de gemeente daar geen recht op heeft. Verweerder stelt dat er geen acute financiële nood is, zoals dreigende schulden of woningontruiming.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker zijn stellingen niet met stukken heeft onderbouwd en dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.