ECLI:NL:RBDHA:2025:24176

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
25/4524
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid van de bestuursrechter in aansprakelijkheidskwestie na letselschade

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 16 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen het besluit van de gemeente Leiden behandeld. Eiser stelt dat hij schade heeft geleden door een ongeval dat is veroorzaakt door langdurige werkzaamheden in zijn buurt. De gemeente heeft echter geen aansprakelijkheid erkend voor de gestelde schade. De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiser niet gericht is tegen een voor beroep vatbaar besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor verklaart de rechtbank zich onbevoegd om de zaak te behandelen. Eiser had op 31 januari 2025 een online formulier ingevuld om de gemeente aansprakelijk te stellen, maar de rechtbank stelt vast dat het gestelde onrechtmatig handelen van de gemeente geen besluit betreft zoals bedoeld in de Awb. De rechtbank legt uit dat de afhandeling van het schademeldingsformulier niet kan leiden tot een besluit waartegen beroep openstaat bij de bestuursrechter. Eiser kan in plaats daarvan een procedure starten bij de burgerlijke rechter. De rechtbank besluit dat het beroep van eiser niet ontvankelijk is en dat hij het griffierecht terugkrijgt, maar geen vergoeding voor proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, in aanwezigheid van griffier mr. E. van den Nieuwendijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/4524

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder

(gemachtigde: M. Turenhout).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bericht van verweerder dat het geen aansprakelijkheid erkent voor de door eiser gestelde schade.
1.1.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet zij uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft op 31 januari 2025 een online formulier ingevuld waarin hij de gemeente aansprakelijk stelt voor opgelopen letselschade. Langdurige werkzaamheden in zijn buurt hebben volgens hem geleid tot een ongeval waarbij hij gewond is geraakt. De verzekeraar van de gemeente heeft eiser op 29 april 2025, 14 mei 2025 en 3 juli 2025 laten weten dat de gemeente alle aansprakelijkheid voor de gestelde schade van de hand wijst. Hierop heeft eiser een beroepschrift ingediend bij de rechtbank.
3. Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Dit staat in artikel 8:1 van de Awb. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb staat uitgelegd wat onder een besluit wordt verstaan. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. In het derde lid van dat artikel staat daarnaast uitgelegd wat onder een aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.
4. De rechtbank stelt vast dat het gestelde onrechtmatig handelen van verweerder geen besluit betreft zoals bedoeld in de Awb. Het gaat om feitelijk handelen. De afhandeling van het schademeldingsformulier over de gestelde onrechtmatige daad (artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek) ziet ook niet op een aanvraag als bedoeld in de Awb en kan niet leiden tot een besluit waartegen beroep openstaat bij de bestuursrechter. Voor procedures over schadevergoeding op grond van het Burgerlijk Wetboek is de bestuursrechter onbevoegd. Eiser kan daarvoor wel een procedure bij de burgerlijke rechter starten. Op de website van de rechtspraak (www.rechtspraak.nl) is te lezen hoe een procedure bij de burgerlijke rechter kan worden gestart.
5. Omdat het beroep van eiser niet is gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit in de zin van de Awb, is de bestuursrechter kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Zij mag de zaak dus niet behandelen. Eiser krijgt daarom het griffierecht van de rechtbank terug. [1] Hij krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 2:5, zevende lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken (per 1 juli 2025).