ECLI:NL:RBDHA:2025:24172

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
NL25.42993
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.J. Paffen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak opvolgende asielaanvraag

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 29 augustus 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de opvolgende asielaanvraag van verzoeker als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.

Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

In de uitspraak met zaaknummer NL25.42992 is reeds op het beroep beslist waarop dit verzoek betrekking had. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 15 december 2025 door de voorzieningenrechter M.J. Paffen en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.42993

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Met het besluit van 29 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. In de uitspraak van vandaag, met zaaknummer NL25.42992, heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 15 december 2025 door mr. M.J. Paffen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.