Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [bedrijfsnaam] B.V. te [plaats] .
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Een aanduiding op de bestemmingsplankaart als bedoeld in artikel 5.1, onder g en h;
- Het toegestaan blijven van een middelzware of zware horecagelegenheid op grond van de specifieke gebruiksregel van artikel 5.5, onder b, van de planregels;
- Een omgevingsvergunning die voorziet in een andere categorie dan lichte horeca.
Conclusie en gevolgen
€ 2.267,50 voor kosten van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend, aan de zitting heeft deelgenomen en heeft gereageerd op de nadere toelichting van het college op de tellingen van het aantal horeca-inrichtingen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 14 augustus 2024;
- draagt het college op binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling € 2.267,50 aan proceskosten aan eiser.
mr.Y. Al-Qaq, griffier.