ECLI:NL:RBDHA:2025:24119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 september 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 17 november 2025, het moment van sluiting van het eerdere onderzoek.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Nigeria binnen een redelijke termijn, omdat de aanvraag voor een laissez passer al tien maanden zonder reactie was en de Nigeriaanse autoriteiten niet adequaat reageren. De rechtbank oordeelde echter dat er een nieuwe presentatie in persoon gepland stond op 12 december 2025, en dat eiser niet had meegewerkt aan een eerdere geplande presentatie, waardoor het zicht op uitzetting wel aanwezig is.
Daarnaast stelde eiser dat de minister een lichter middel, zoals een meldplicht, had moeten toepassen omdat hij een verblijfsmogelijkheid bij een vriendin heeft. De rechtbank verwierp dit omdat er sprake is van een onttrekkingsrisico en eiser dit niet voldoende onderbouwde.
De rechtbank concludeerde dat er geen reden is om de maatregel van bewaring op te heffen of te wijzigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.