Uitspraak
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
[verzoeker]niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening ex artikel 287b van de Faillissementswet (Fw). Verzoeker, die in een huurwoning verblijft, had de rechtbank verzocht om ontruiming van zijn woning te verbieden, omdat er een dreigende situatie was door een aangekondigde ontruiming op 27 november 2025 door de verhuurder, Stichting DUWO. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, omdat het belang van de verhuurder bij de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om in de woning te blijven.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker een langdurige huurachterstand heeft en dat de huurovereenkomst reeds was ontbonden. Bovendien was er geen concreet en gestart schuldhulpverleningstraject, wat de situatie van verzoeker bemoeilijkt. De rechtbank heeft ook opgemerkt dat verzoeker, die niet van Nederlandse nationaliteit is, rechtmatig in Nederland verblijft op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning, maar dat dit niet voldoende was om de afwijzing van het verzoek te rechtvaardigen.
Daarnaast is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, omdat de benodigde stukken ontbraken. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om het verzoek aan te houden voor het completeren van de stukken, gezien het ontbreken van een begin met het minnelijk schuldsaneringstraject. De beslissing is openbaar uitgesproken op 12 december 2025.