ECLI:NL:RBDHA:2025:24050

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
C/09/678094 / HA ZA 25-18
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om verwijzing naar andere rechtbank afgewezen wegens identiek verzoek

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek van Loterijverlies.NL B.V. om de zaak door te verwijzen naar een andere rechtbank. Loterijverlies had eerder, op 12 november 2025, een verzoek ingediend dat identiek was aan een eerder verzoek dat op 17 september 2025 was afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek van Loterijverlies niet-ontvankelijk was, omdat het een misbruik van processuele bevoegdheden betrof, zoals bedoeld in artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank stelde vast dat het recht van Loterijverlies om dit verzoek in te dienen teniet was gegaan, aangezien het eerder al inhoudelijk was behandeld. De rechtbank hield verdere beslissingen aan, maar verklaarde Loterijverlies niet-ontvankelijk in haar verzoek om verwijzing.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer / rolnummer: C/09/678094 / HA ZA 25-18
Vonnis van 19 november 2025
in de zaak van
STAATSLOTERIJ B.V.te Den Haag,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie en in het incident,
hierna te noemen: Staatsloterij,
advocaat: mr. J.W. Leedekerken te Amsterdam,
tegen
LOTERIJVERLIES.NL B.V.te Den Haag,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie en in het incident,
hierna te noemen: Loterijverlies,
advocaat: mr. N.V.C. Haneveld te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 17 september 2025 (hierna ook: het vonnis in incident) en de daarin genoemde stukken;
- het verzoek van 30 september 2025 van Loterijverlies om tussentijds hoger beroep in te stellen tegen het vonnis in incident;
- het bericht van de rechtbank aan Staatsloterij, waarbij zij in de gelegenheid is gesteld zich over dit verzoek uit te laten;
- de brief van 3 oktober 2025 van Staatsloterij;
- het vonnis van 29 oktober 2025, waarin het verzoek van Loterijverlies tot het openstellen van tussentijds hoger beroep tegen het vonnis van 17 september 2025 is afgewezen;
- de brief van 12 november 2025 van Loterijverlies, met bijlagen, met het verzoek om de zaak door te verwijzen naar een andere rechtbank;
- het e-mailbericht van 13 november 2025 van Staatsloterij.
1.2.
Ten slotte is de zaak verwezen naar de rol van 19 november 2025 voor het nemen van een beslissing over het verzoek van Loterijverlies om de zaak door te verwijzen naar een andere rechtbank.

2.De beoordeling

2.1.
Loterijverlies heeft eerder bij wege van incident gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vordering van Staatsloterij kennis te nemen, dan wel het geschil verwijst naar een andere rechtbank. Loterijverlies heeft hieraan ten grondslag gelegd dat dit noodzakelijk is ter voorkoming van belangenverstrengeling en om de schijn van partijdigheid uit te sluiten. Bij vonnis in incident van 17 september 2025 heeft de rechtbank deze incidentele vordering van Loterijverlies afgewezen.
2.2.
Loterijverlies heeft de rechtbank op 12 november 2025 wederom verzocht om de zaak door te verwijzen naar een andere rechtbank, omdat zij geen vertrouwen heeft in een onpartijdige en objectieve behandeling door de rechtbank Den Haag.
2.3.
Staatsloterij heeft in voormeld e-mailbericht van 13 november 2025 als volgt op dit verzoek gereageerd. Zij kan de doorverwijzingsbrief van Loterijverlies feitelijk noch juridisch duiden en zij ziet geen aanleiding daar verder inhoudelijk op te reageren.
2.4.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek van Loterijverlies van 12 november 2025 identiek is aan (een onderdeel van) het verzoek waarop in het vonnis van 17 september 2025 is beslist. Nu de rechtbank dit eerdere verzoek inhoudelijk heeft behandeld, heeft dit tot gevolg dat het recht van Loterijverlies om dit verzoek in te stellen teniet is gegaan. Er is immers sprake van misbruik van processuele bevoegdheden, als bedoeld in artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek, door op dezelfde gronden een identiek verzoek tegenover dezelfde partij in te stellen.
2.5.
Uit het voorgaande volgt dat Loterijverlies niet-ontvankelijk is in haar verzoek om verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank.
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart Loterijverlies niet-ontvankelijk in haar verzoek om verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Dam en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.
2339