In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 11 december 2025, wordt de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring van eiser, die in vreemdelingenbewaring is gesteld, getoetst. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel, die op 26 juni 2025 is opgelegd op basis van artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 4 december 2025 zonder zitting. De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring eerder rechtmatig is bevonden en dat de toetsing zich richt op de periode na 22 oktober 2025. Eiser stelt dat er geen zicht op uitzetting is en dat verweerder een verzwaarde belangenafweging had moeten maken, maar de rechtbank oordeelt dat de belangenafweging correct is uitgevoerd en dat er wel degelijk zicht op uitzetting naar Libië is. De rechtbank wijst erop dat eiser niet voldoende meewerkt aan zijn uitzetting en dat dit zijn situatie bemoeilijkt. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.