Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen
[eiser 2],v-nummers [nummer 1] en [nummer 2], eisers
[referent], referent
Rechtbank Den Haag
Eisers, broers van Eritrese nationaliteit, hebben aanvragen ingediend voor gezinshereniging bij hun gestelde vader met verblijfsrecht in Nederland. De minister wees deze aanvragen af omdat de familierechtelijke relatie niet voldoende aannemelijk was gemaakt en eisers niet het voordeel van de twijfel kregen. Eisers voerden aan dat het doopcertificaat, schoolrapporten en andere documenten samen de relatie wel aannemelijk maakten en dat DNA-onderzoek niet verplicht mocht worden gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang. De rechtbank stelt vast dat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs bieden voor de familierechtelijke relatie en dat de minister terecht niet het voordeel van de twijfel heeft gegeven. Eisers hebben onvoldoende inspanningen getoond om relevante documenten te verkrijgen, en het ontbreken van een DNA-test kan hen niet worden tegengeworpen.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in de besluiten van de minister, waardoor het beroep voor het overige gegrond is en de besluiten worden vernietigd. Desondanks blijven de rechtsgevolgen van de besluiten in stand, zodat de afwijzing van de aanvragen blijft bestaan. Eisers krijgen een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard en de bestreden besluiten vernietigd, maar de afwijzing van de gezinshereniging blijft in stand.