Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
.De minister heeft de hoorplicht niet geschonden. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
16 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 12 februari 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven en heeft hij het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Beoordeling door de rechtbank
18 april 2024 ongegrond verklaard. Eiser is tegen deze ongegrondverklaring in beroep gegaan. In de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 12 november 2024 is het beroep van eiser ongegrond verklaard. [3] Het hoger beroep tegen deze uitspraak is ten tijde van deze uitspraak nog aanhangig bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling).